01-04-15

Column Jan D. Swart: Landman & Terlouw

De Hollandse IJssel maakt sierlijke bochten en één fietspad slingert een eindje mee. Capelle aan den IJssel geeft het in 2011 in alle hoffelijkheid een naam, die van Rinus Terlouw.

We spoelen terug naar 1949. Ook Sparta doet mee aan de wederopbouw. Het Rotterdamsch Nieuwsblad kopt: Sparta in het nauw koopt Landman en Terlouw.

In de doktersromans van het vroegere sportjournaille wordt stopperspil Terlouw een rotsblok genoemd, every inch bonkig en onverzettelijk. Met slechts één keer die verwarring op 13 oktober 1957 als hij publiekelijk door ’s werelds mooiste filmster Jane Mansfield vol op zijn mond wordt gezoend. Een natte, want voetballers houden van overdrijving.

Zeven keer wordt Terlouw daarna door Tonny van der Linden van DOS  omver gelopen. Geen wonder, zou dichter Jules Deelder voordoen, Rinus had zo’n paal in zijn broek.

In werkelijkheid is de kus netjes en bescheiden en wordt de seksbom uit New Jersey al voor de wedstrijd aan alle spelers voorgesteld. Ze is aan de Parkkade met een taxi opgehaald vanaf een Amerikaans vliegdekschip, waarop ze eerder die dag vanaf Schiphol met een helikopter is geland.

Kilometers verwijderd van Capelle aan den IJssel, waar bij te veel wind iedereen kansloos de rivier inwaait, krijgt Rinus Terlouw in het Rotterdamse Terbregge een tweede straat. Maar die van de bejubelde showkeeper Wim Landman ontbreekt. Zijn naam gaat de geschiedenis is als de eerste Nederlandse profvoetballer die geschorst wordt na matchfixing.

Versteend van schrik en nauwelijks weerbaar in een strafzaak zonder een normaal proces (tekenend voor het huisrecht bij de KNVB) neemt de atletische doelman in 1959 genoegen met een uitspraak waarin – blijkt nu, 56 jaar later en dat is langer dan Landman heeft geleefd – niet staat wat Nederland in zijn hippocampus opslaat.

Au.

In het silentium van de anonimiteit, teleurgesteld in de maquette van zijn leven, neemt een van ’s lands mooiste voetbalkeepers, en wie weet zelfs de mooiste, wiens glans door de dichter Jules Deelder blijvend wordt verbeeld, op een zomerse vroege vrijdagochtend in 1975 naast een spoorrails een afschrikwekkend besluit, dat hij een paar seconden later niet meer kan navertellen.

Het is het slot van een slagveld, dat ik in dit boek heb gereconstrueerd. De eerste matchfixingzaak in Nederland eist namelijk nog twee doden. Ik wist niet wat ik hoorde. Het is het verhaal van een binnenschipper, een militair, een drukker, een kroegbaas en een klokkenluider uit Den Bosch. Ze verzinnen in de kleinste stadskroeg op het kleinste pleintje van de Hertogstad een plan en rijden als supporters van BVV naar Landman. De horror begint en eindigt dramatisch. Pas nu blijkt dat het de omkopers helemaal niet ging om Landman, zelfs niet om het succes van BVV, maar om zelfverrijking.

Mijn nieuwste boek bewijst hoe beeldvorming een leven totaal verzieken kan.

Meer nieuws