01-05-15

Dynamische spirit neemt stad in bezit

Rotterdam telt op het terrein van de actuele beeldende kunst (ook) internationaal mee. Dat is een vrij recente ontwikkeling. Al decennia doet de stad haar best om te scoren en soms lukt dat, maar altijd bleef zij hangen in de slipstream van Amsterdam. Dat leidde hier en daar tot een minderwaardigheidscomplex, maar daar is inmiddels geen reden meer voor.

Dat is ten dele  te danken aan de wijze waarop museum Boijmans van Beuningen zich manifesteert. Met name voor design en mode hoort het bij de Europese top. Bovendien krijgt het straks in het Museumpark met het Collectiegebouw een extra expositiefaciliteit, die als architectonisch hoogstandje zeker kunsttoeristen naar de stad zal lokken. Voor het zover is, moeten nog wel enkele hindernissen uit de weg worden geruimd. Omwonenden zijn niet blij met het plan. Ik vind het een intrigerend gebouw, goed voor de stad, goed voor de kunst.

Maar er is iets anders aan de hand, iets dat niet rationeel  te definiëren is. Een geheimzinnige thrill, die de voedingsbron is van avant-garde. Dat heeft magneetwerking. In een stad waar deze dynamiek heerst, willen kunstenaars zich vestigen of tijdelijk verblijven. Berlijn heeft het. Rotterdam krijgt die dynamiek ook, met veel kunstenaars in de frontlinie. Die spanning werd duidelijk in de eerste week van februari tijdens de kunstbeurs Art Rotterdam in het Van Nelle gebouw. Met elders in de stad andere evenementen, zoals twee kleinere kunstbeurzen en open huis in twee grote atelierpanden (Borgerstraat, Lange Hilleweg). Het transport tussen de diverse locaties werd verzorgd door bussen die de hele dag (en avond) reden. Al met al was het een fantastische happening.

Vooraf hadden toonaangevende kranten zoals Le Monde en Süddeutsche Zeitung gewezen op de betekenis van Art Rotterdam als relatief kleine winterbeurs met een honderdtal kwalitatief vaak interessante galeries, met name uit België, Duitsland en Engeland. Dat op zich is opmerkelijk. Tot nu toe werd in het buitenland nooit aandacht geschonken aan Nederlandse kunstbeurzen, behalve de Tefaf, maar dat is een chapiter apart, met een nadruk op de zeventiende eeuw. Dat die aandacht er nu wel is, is veelzeggend, ook voor de positie die Rotterdam aan het verwerven is.

Internationale uitstraling

‘Art Rotterdam is veruit de belangrijkste kunstbeurs van Nederland’, zegt de Rotterdamse galeriehoudster Cokkie Snoei. ‘Zij heeft een groeiende internationale uitstraling. Buitenlandse verzamelaars komen er speciaal voor naar Rotterdam. In feite is het idioot dat Amsterdam met haar grote mondiale uitstraling geen vooraanstaande beurs heeft.’ Tijdens de vijf dagen die de beurs duurde, kwamen 25.000 bezoekers naar Van Nelle. Zij zorgden voor een behoorlijke omzet, vooral in de prijscategorie rond de duizend tot vijfduizend euro. Velen knoopten er een bezoekje aan een van de andere locaties aan vast. Het was in die eerste week van februari  aanleiding tot veel reuring. De openingen van de tentoonstellingen in TENT aan de Witte de Withstraat op donderdagavond (Woody van Amen en Hidde van Schie) en in Boijmans op vrijdagavond brachten vele honderden mensen op de been.

Bewaker van de beschaving

Rotterdam is de tweede stad van Nederland. Net als in andere Europese landen is er sprake van een tweedestedensyndroom. In Frankrijk zijn Marseille  en Lille geweldig actief, maar Parijs kunnen ze nooit inhalen. Rotterdam kan Amsterdam met zijn Rijksmuseum, het Van Gogh, het Concertgebouw, Carré nooit inhalen. Maar het kan wel het focus richten op sterke punten en die uitbouwen. Art Rotterdam is zo’n sterk punt, het filmfestival IFFR is zo’n sterk punt, de interesse van kunstenaars om hier te werken is zo’n sterk punt. Dat laatste is essentieel. Zonder kunstenaars is er geen kunst. Dat legt ook een verplichting bij de overheid. Die is in mijn visie de bewaker van de Beschaving. Moet dat althans zijn. En moet binnen de grenzen van het mogelijke voorwaarden scheppen, waardoor kunstenaars hun creativiteit kunnen ontplooien.



Galieriehoudster Cokkie Snoei: 'Art Rotterdam is veruit de belangrijkste kunstbeurs van Nederland.' 
Zij staat voor een schilderij van Kim van Norren. 

Voor kunstenaars is het nog steeds een moeilijke tijd. In tegenstelling tot de situatie in België en Duitsland is in Nederland sprake van een  beperkte kunstmarkt. Die is door de crisis verder gekrompen. Daardoor staat de kunst nog steeds onder druk, ook al omdat Rijk en gemeente de subsidiekraan op druppelen hebben gezet. Gelukkig zijn kunstenaars een moreel en mentaal sterke groep overlevers. De naargeestige opvatting dat zij uitvreters en profiteurs zijn, mist elke grond. Uit een onderzoek dat het bureau Motivaction in opdracht van de stichting KunstAccommodatie Rotterdam (SKAR) en CBK vorig jaar instelde, blijkt dat slechts twaalf procent van de professionele kunstenaars gebruik maakt van een uitkering. De realiteit is dat een beperkt aantal van zijn autonome werk kan leven. Kwaliteit is daarbij geen criterium. Die is over de gehele linie aanwezig. De meeste kunstenaars kopen’ hun vrijheid door een bijbaan. Door die inkomsten kunnen zij zich op hun atelier wijden aan hun eigenlijke beroep, de beeldende kunst. Daarvoor offeren zij veel op: welvaart en luxe.

Ruimhartig onroerendgoedbeheer

In dit verband is het van groot belang  dat kunstenaars (blijven) beschikken over betaalbare werkruimte. Tot voor kort leek dat wel goed te zitten. In 2011 legde de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur zijn aanbevelingen en adviezen voor de periode 2013 – 2016 vast in een culturele staalkaart. Op grond daarvan heeft de gemeente haar subsidiebeleid voor de sector geformuleerd. De staalkaart stelt onder andere dat “Rotterdam nog steeds ongekend populair is als vestigingsplaats voor kunstenaars, vormgevers en andere culturele beroepsbeoefenaren”. Om dat gunstige klimaat ook in de toekomst te behouden acht de Raad een ruimhartig onroerendgoedbeheer noodzakelijk: betaalbare accommodaties via gemeente en corporaties.

In strijd met dat door de gemeenteraad in 2011 overgenomen uitgangspunt wil de gemeente (Stadsontwikkeling) nu in een aantal atelierpanden kluswoningen onderbrengen. Terwijl er nog steeds kunstenaars op de wachtlijst voor een atelier staan en kunstenaars – niet alleen elders uit Nederland, maar uit de hele wereld – naar Rotterdam willen komen. Dat laatste wordt toch al een moeilijke zaak, omdat  er steeds minder plek is voor artists-in-residence. Het is te gek voor woorden dat bijvoorbeeld het atelierpand aan de Schonebergerweg (veertien ateliers) ontruimd zou moeten worden. Je vraagt je af: waarom, in vredesnaam? Het pand is keurig onderhouden en beheerd door SKAR tegen een contractueel overeengekomen huurprijs. Het biedt een onderkomen aan een groep serieuze kunstenaars die nu op de schopstoel zitten.

De dynamiek die zich in de eerste week van februari van de beeldende kunst in de stad meester maakte, is niet om zeep te brengen. Maar daar hebben de kunstenaars aan de Schonebergerweg op dit moment niet veel aan. Het enige wat zij hopen, is dat de gemeente afziet van haar heilloze plan.

Tekst: Jan Donia
Fotografie: Rick Messemaker 

Meer nieuws