Aan de koffie met Ivo

22-03-16

Op een vroege doordeweekse ochtend in januari staan hoofdredacteur Jan Dirk Stouten en verslaggever Anton Slotboom op de stoep bij oud-burgemeester Ivo Opstelten. De vraag die ze hem gaan stellen is geen alledaagse: wil Opstelten meewerken aan de speciale vaste rubriek die ze voor Friends in Business hebben bedacht? Verslag van een bijzondere ontmoeting. ‘Ik doe alleen nog wat ik leuk vind.’

Op het bijzettafeltje in zijn gigantische Kralingse woonkamer ligt het meest recente exemplaar van Friends in Business. Opstelten heeft zich voorbereid. Maar eerst gaat het, om iets na tien uur ‘s ochtends op deze doordeweekse dag in januari, over voetbal. Eén van Opsteltens grote passies.

De oud-burgemeester is een liefhebber. Iedere twee weken zit hij op de tribune bij Excelsior, in Kralingen, vlakbij huis. Niet op een peperdure ereplek, maar tussen de fanatieke aanhang, in het bijzijn van kinderen en kleinkinderen. ‘Zalig’, vindt Opstelten, die in 2015 met pensioen ging nadat hij aftrad als minister van Veiligheid en Justitie.

‘Ze hebben me bij Excelsior wel gevraagd of ik op de hoofdtribune wil plaatsnemen hoor, maar dat hoeft van mij niet. Laat mij maar lekker achter het doel zitten, op de Robin van Persie-tribune. Daar hebben we tien seizoenkaarten. De mensen zijn er fanatiek, daar houd ik wel van. Ze accepteren er ook dat ik eigenlijk in hart en nieren Feyenoord-fan ben. Als Feyenoord op Woudestein speelt, ben ik de enige op die tribune die voor Feyenoord juicht.’

Opstelten leunt tevreden achterover. Na een druk leven als burgemeester en minister hoeft hij tegenwoordig niet veel meer. Die manier van leven bevalt hem uitstekend. Hij ontvangt wie hij aardig vindt, hij praat met wie hulp nodig heeft. Positiviteit is het nieuwe sleutelwoord. ‘Ik doe nu inderdaad vooral waar ik plezier in heb’, lacht hij. De grijns op zijn gezicht is aanstekelijk. Het ijs is gebroken. Het stellen van de vraag die Stouten en Slotboom in hun hoofd hebben, is een stap dichterbij.

Grappig

Hoofdredacteur Jan Dirk Stouten en Ivo Opstelten traden deze winter succesvol op voor de businessclub van Feyenoord. ‘Dat klikte weer enorm’, vertelt Stouten een paar minuten eerder, als hij samen met Slotboom voor de deur van Opstelten staat, maar nog niet heeft aangebeld. ‘Opstelten was op dat podium compleet zichzelf. Grappig, relativerend. En vergis je niet, hè: dit is wel de oud-burgemeester van Rotterdam. De man die in één week in 2002 meemaakte dat Pim Fortuyn werd vermoord en Feyenoord de Uefa Cup won.’

Na een volgende ontmoeting bij de uitreiking van de Rotterdamse Ondernemersprijs, trekt de hoofdredacteur de stoute schoenen aan. Per SMS vraagt hij Opstelten om eens te praten over het redactionele idee dat Slotboom en hij hebben bedacht. Stouten begint keurig met ‘meneer Opstelten’, maar dat wordt al snel ‘Ivo’, zo goed kunnen ze het vinden. Een kop koffie drinken bij hem thuis om verder te praten, Opstelten vindt het een prima idee.

Te vroeg

Welkom zijn bij Opstelten thuis, in zijn monumentale pand in het hart van weldadig Kralingen, is een bijzonder gegeven, beseffen Stouten en Slotboom. Niet voor niets zijn ze allebei minstens twintig minuten te vroeg. Toch is er van spanning geen sprake.

Het is Opstelten zelf die open doet, de jassen aanneemt, ze aan de kapstok hangt en ons de woonkamer in leidt. Daar belanden we op de bank, met uitzicht op de tuin, met de oud-burgemeester tegenover ons in een fraaie stoel. Het huis is groot, maar de setting knus. Mariette Opstelten-Dutilh brengt koffie, er zijn koekjes. De oud-burgemeester maakt grapjes met zijn vrouw. ‘Neem hoor’, zegt hij, wijzend naar de koekjes. ‘Dat durven mensen niet, maar daar zijn ze voor.

Het is in dit huis dat hij Friends in Business in de brievenbus krijgt. ‘Ik lees het altijd’, zegt Opstelten. ‘Een goede formule, met een groot draagvlak bovendien.’

Ook een formule waar Opstelten goed bij zou passen, vertelt Stouten vervolgens. De oud-minister zou, met al zijn ervaring, ondernemers die dit blad lezen, kunnen inspireren. Zou het daarom een goed plan zijn om regelmatig met elkaar koffie te drinken en te spreken over wat Opstelten bezig houdt en inspireert? Stouten en Slotboom denken aan een rubriek die Aan de koffie met Ivo heet. De oud-burgemeester schakelt snel. ‘Ja, dat wil ik wel’, zegt Opstelten. ‘Ik dacht al dat jullie zoiets zouden vragen. Ik vind het een prima idee.’ Even later: ‘Ik ken natuurlijk ook veel ondernemers in deze stad, soms herken ik ze in het blad. Bovendien komt er nu langzamerhand ook een nieuwe generatie aan het woord en daar lees ik ook graag over. Jonge ondernemers inspireren me. Wat ik overigens ook in Friends in Business zie, is dat veel bedrijven groeien. Bedrijven die ik ken, die vroeger klein waren en nu groot zijn. Ook dat vind ik interessant om te volgen.’

Bank

Opstelten zelf komt niet uit een ondernemersfamilie. Zijn vrouw wel. Oud-rechter Mariette Opstelten-Dutilh. ‘De familie Dutilh is een echt Rotterdamse ondernemersfamilie. Rotterdamser kan niet’, vertelt hij. Zijn eigen vader was bankdirecteur. Een baan die ook voor hem leek weggelegd, maar al op jonge leeftijd verlangde hij naar een heel ander leven. ‘Tot mijn vaders grote verrassing en eerst ook tot zijn ongenoegen, koos ik voor het openbaar bestuur. Ik wilde burgemeester worden. Ik zei tegen mijn vader dat ik dat ambt toch wat ingewikkelder vond dan het bankierschap. Mijn vader hoorde dat eens aan en zei: “doe me een lol en ga jij eens even stage lopen bij een bank”. Dat heb ik keurig gedaan, waarna ik alsnog tegen hem zei: “Ik ben bevestigd in mijn keuze.”

Zijn droom kwam uit. Opstelten werd burgemeester. Eerst in Dalen, daarna in Doorn en Delfzijl, vervolgens in Utrecht en uiteindelijk in Rotterdam. Als informateur van kabinet Rutte-1 en VVD-kopman maakte hij ook in de landelijke politiek furore. Dat zijn laatste rol, als minister van Veiligheid en Justitie, minder gunstig afliep, relativeert hij nu. Toch vraagt Stouten voorzichtig of de kritiek die hij kreeg ook niet erg vervelend is geweest. ‘Wat er allemaal werd gezegd, irriteerde me natuurlijk weleens. Ik ben ook maar een gewoon mens. Maar ik heb ruim veertig jaar in het openbaar bestuur gezeten en weet dus dat dit ook kan gebeuren. Dat moet je gewoon onderkennen.’

Zijn woorden klinken even resoluut als berustend. ‘De schuld aan een ander geven, moet je nooit doen. Nooit de boel afschuiven op je ambtenaren, altijd zelf verantwoordelijkheid blijven nemen. Zo heb ik er altijd tegenaan gekeken. Al betekent dat niet dat ik het nooit vervelend vond hoor. Maar mentaal was ik in die tijd gewoon sterk. Het is niet zo dat alles maar van me afgleed, maar het is wél zo dat ik wist dat ik kon zeggen: het is gewoon mooi wat ik heb meegemaakt. Het is me goed bevallen, ik ben ook overal geweest. Heb de hele wereld rondgereisd.'

'Zeker, ik heb fouten gemaakt. Er zijn ook mensen die nooit fouten maken, maar in hun levens gebeurt ook niet zoveel.  Uiteindelijk heb ik gewoon een prachtige tijd meegemaakt, waarvan ik niets had willen missen. Het einde hoort daar ook gewoon bij. Punt. Klaar.’

Flyers

Op een maandag trad hij af. De daarop volgende zaterdag stond hij alweer campagne-flyers uit te delen voor zijn partij, de VVD. ‘Dat vond ik ontzettend leuk. Ik werd daar voor gevraagd en natuurlijk deed ik dat.’ Dat geldt ook voor de speeches en spreekbeurten die hij tegenwoordig geeft. Opstelten ervaart ze als afwisselend en prettig. Soms spreekt hij in chique gebouwen voor vooraanstaande zakenlieden, die hem hoogst officieel uitnodigen, soms ook op universiteiten voor studenten, die hem persoonlijk benaderen en alleen een flesje wijn kunnen geven als dank. Bij het maken van keuzes gaat het Opstelten niet om geld. ‘Dan spreek ik met studenten over wat ik heb meegemaakt. Vind ik leuk, zo deel ik mijn kennis een beetje.’

Tijdens zulke bijeenkomsten wordt hem vaak gevraagd welke periode in zijn lange loopbaan hij het mooist vond. Het antwoord is steevast hetzelfde: de tijd als burgemeester van Rotterdam. ‘Dat vind ik de mooiste functie in het openbaar bestuur. Het is een fantastische baan, ik heb er écht van genoten. Rotterdam is de stad waar ik van houd, waar ik nooit meer ga vertrekken. Heel idioot, maar mensen vroegen me toen ik met pensioen ging meteen waar ik dan zou gaan wonen. Maar ik blijf hier! Ik ga helemaal niet weg.’

Sinds zijn afzwaaien als minister laat hij zich overal zien. Natuurlijk ook in De Kuip, waar hij vrijwel iedere wedstrijd komt. Bij Excelsior, waarvan hij vindt dat de kleine organisatie zich de laatste jaren razend knap ontwikkelt. Bij Sparta, waar hij onlangs op uitnodiging van voorzitter Rob Westerhof, oud Philips-directeur, met eigen ogen zag dat het lek ook in Rotterdam-West boven is. En bij de hockeyclub en voetbalclubs, waar zijn kleinkinderen spelen. Net zoals ondernemers, klein en groot, hem inspireren.

‘Eind vorig jaar was ik bij de presentatie van de voorlopige jaarcijfers van het Havenbedrijf Rotterdam. Hoe president-directeur Allard Castelein die cijfers presenteerde, dat vind ik nou goed. Héél goed zelfs. De haven is natuurlijk in transformatie. Het gaat goed in Rotterdam, maar we moeten met elkaar wél de nieuwe ontwikkelingen volgen en die eendrachtig aanpakken. Allard liet bij zijn verhaal allemaal cijfers zien. Nationale cijfers, internationale cijfers. Heel interessant, ook omdat de ontwikkelingen allemaal zo snel gaan.’

Bent u het echt?

De oud-burgemeester verstopt zich niet, nooit gedaan ook. In zijn tijd als burger-vader van Rotterdam stond zijn telefoonnummer gewoon in de telefoongids. Net als toen reist hij nu ook nog steeds met de metro en de trein. Handig en veel sneller dan met de auto, vindt hij.

Al hoort de aandacht die hij in het openbaar krijgt er natuurlijk wél bij. ‘Bent u het echt, vragen mensen dan aan me.’ Opstelten lacht. ‘Ik zeg dan altijd: “Ik weet niet wie u met u bedoelt, maar ik ben inderdaad wie ik ben.” Daar moeten de mensen wel om lachen. Vervolgens vragen ze me vaak: mogen we op de foto? Mag ik met u op een selfie? Natuurlijk mag dat. Ik vind het leuk dat ik herkend word, dat mensen me groeten. Dat voelt goed. Ik heb in Rotterdam, in al die jaren als bestuurder, ook maar weinig negatieve dingen gehoord. In moeilijkere tijden ving ik op straat natuurlijk wel eens kritische geluiden op, maar dat was altijd op een goede toon. Zo’n woord als zakkenvuller is me hier nog nooit gezegd.’

Het enige dat Opstelten weigert te doen, is aan de zijlijn kritiek leveren op zijn opvolgers. ’Ik wil burgemeester Aboutaleb niet voor de voeten lopen. En minister Van der Steur die mij opvolgde, ook niet.’

Tour

Wellicht de mooiste herinnering die hij aan Rotterdam koestert, is het binnenhalen van de start van Tour de France. Opstelten ging er zelf voor de hort op. Niet met het idee om een etappe binnen te halen, zoals het gemeentebestuur hem vroeg, maar met het grotere plan voor het binnenhalen van de beroemde Grand Depart, de start in 2010. ‘Ik zei destijds tegen het college: “Als jullie de Tour binnen willen halen, wil ik wel echt een mandaat hebben om dat te proberen.” Dat kreeg ik. Er werd een team gevormd en ik ben zes, zeven jaar op rij naar de Tour de France gegaan. Het duurde lang voor het lukte. Telkens kregen we het signaal dat het wel zou gaan gebeuren, maar dat we ook geduld moesten blijven houden. Dat we de Grand Depart binnen haalden, was prachtig. Belangrijk voor de stad. En mooi voor mezelf.’

'Belangrijk voor de stad. En mooi voor mezelf'

Dingen oppakken en regelen, dat is de kracht waar Opstelten in zijn tijd als burgemeester van Rotterdam om werd geroemd. Hoofdredacteur Jan Dirk Stouten ziet die daadkracht als de link tussen Opstelten als baas van de stad en de ondernemer die dit magazine leest.

Opstelten knikt. ‘In de periode van het proberen binnen te halen van de Tour de France werd ook echt iets opgebouwd met het Rotterdamse bedrijfsleven. Ik liet de betrokken ondernemers aan het begin van dat proces weten dat ik ze niet zomaar dingen zou gaan vragen. Ik wilde gewoon niet continu brieven met verzoeken om steun rondsturen. Maar ik zei er ook bij dat als ik dan eens wél iets zou vragen, het zo serieus zou zijn dat er maar één antwoord mogelijk was: ja! Die aanpak werd mijn uitgangspunt.’

Het is die insteek, die hem in 2008, in het jaar van zijn vertrek, zelfs de Rotterdam Marketing Award opleverde. ‘Zijn persoonlijke inzet bij het binnenhalen van nationale en internationale evenementen is onnavolgbaar. Burgemeester Opstelten heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het imago van Rotterdam als evenementenstad’, meldt het juryrapport. Gelauwerd worden als eerste inwoner van zijn eigen stad, het is niet niks, beseft Opstelten. Zijn vader, ooit kritisch op zijn keuze om het openbaar bestuur in te gaan, werd later toch trots op hem, vertelt hij. ‘Toen ik burgemeester werd van zo’n grote stad als Utrecht zeker. Dat vond hij prachtig.’ Opstelten glimlacht ontspannen. Het leven van een gepensioneerde bestuurder is een leuk leven, wil hij nog maar eens zeggen.

Trein

Dan staat de kersverse medewerker van Friends in Business op. Hij moet zich gereed gaan maken voor vertrek naar Den Haag, uiteraard met de trein. Op het programma: een etentje met vrienden. ‘Bedankt heren, ik kijk er naar uit’, besluit Opstelten. Het is het sluitstuk van een inspirerende ontmoeting en tegelijkertijd het begin veel meer. Enigszins verwonderd kijken Stouten en Slotboom elkaar aan. ‘Ja, dit was mooi’, zegt Stouten. Friends in Business kan op zoek naar de perfecte locatie om met Opstelten koffie te gaan drinken. Vanaf nu dus in iedere editie: Aan de koffie met Ivo. Over zijn leven, over wat hem inspireert, over zijn waarnemingen in de stad, over zijn kijk op het zakenleven. Jan Dirk Stouten: ‘Ik kan niet wachten!’

TEKST: ANTON SLOTBOOM
FOTOGRAFIE: VINCENT VAN DORDRECHT

Meer nieuws