15-09-17

Column Peter Kooijman: Van vakantiestress naar huwelijksleed

Ieder jaar blijkt het aantal echtscheidingen na de zomervakantie toe te nemen. Of mensen nou in de zomer extra nadenken over het leven of de caravan als stoompan voor de kleine irritaties werkt, wil ik in het midden laten. 
Ook bij mij op kantoor melden zich na de vakanties altijd mensen voor advies over hun huwelijksvoorwaarden of voor echtscheidingsmediation.

Bij zo’n adviesgesprek blijkt dat de meeste echtparen gedurende hun huwelijk niet bezig zijn met de wederzijdse rechten op vermogen en inkomen. Je zou kunnen zeggen dat dat maar goed is ook. 
Meestal is het de verslechterende relatie die ervoor zorgt dat mensen zich zorgen gaan maken over wat ze ooit zijn overeengekomen. Er zijn heel wat punten van huwelijksvoorwaarden die aandacht vergen. Bijvoorbeeld het soort inkomsten, uitgaven, pensioen, schenkingen, erfenissen. 
De praktijk leert dat huwelijksvoorwaarden tussen ex-echtgenoten tot veel meer discussie leiden dan een gemeenschap van goederen.

Toch blijkt ook in de praktijk dat bijna niemand het voor de hand vindt liggen dat de andere echtgenoot automatisch mede-eigenaar wordt van alles. Zeker als het gaat om erfenissen of vermogen dat er reeds was voordat men ging trouwen. Dit is dan ook de basis van veel huwelijksvoorwaarden. 
De wetgever heeft hier naar geluisterd. Om die reden zullen nieuwe huwelijken per 1 januari 2018 gesloten worden onder een nieuw huwelijksvermogensrecht.
Dit nieuwe recht gaat ervan uit dat een echtgenoot eigenaar blijft van hetgeen hij had op de dag van de bruiloft. Alleen de dingen die tijdens het huwelijk worden verkregen, worden gemeenschappelijk eigendom. Erfenissen en schenkingen vallen er in principe altijd buiten.

Voor de praktijk betekent het dat straks iedereen bij elke uitgave of investering na moet gaan waarmee hij dat doet. In huwelijken die na 1 januari 2018 worden gesloten ontstaan namelijk drie vermogens. Het gezamenlijk vermogen, het privévermogen van de één en het privévermogen van de ander. 
Hierdoor is het zeer relevant of privé spaargeld is uitgegeven aan een luxe vakantie of het startkapitaal van het bedrijf van de andere echtgenoot. In het eerste geval is het weg, met misschien nog een gedeeltelijke vordering op de andere echtgenoot. In het tweede geval wordt het bedrijf, economisch gezien, eigendom van degene die het startkapitaal heeft verstrekt.

Kortom, niet zomaar iets betalen en in ieder geval goed administreren. De slogan voor ons als adviseur zou kunnen zijn: Romantischer kunnen we het niet maken, wel makkelijker!

Meer nieuws