20-04-15

Column Rien Vroegindeweij: Stunde Null

Het verhaal is bekend: op dinsdag 14 mei 1940, ’s middags om 13.30 uur, wierp een eskader Duitse Heinkels 97.000 kilo brisantbommen op de stad Rotterdam. Om 13.30 uur stond de zeshonderd jaar oude stad in lichterlaaie. Op de onlangs in een Berlijns archief opgedoken filmopnamen is niet alleen te zien wat de gevolgen van het bombardement en de branden waren, maar vooral ook hoe snel en ijverig men de puinhopen had opgeruimd. Het clublied van Feyenoord moest nog worden geschreven, maar lang daarvoor was “Geen woorden maar daden” ook al het parool van Rotterdam.

Het is aanstaande mei dus 75 jaar geleden dat de binnenstad van Rotterdam werd verwoest. In het jaar dat de stad zijn 600-jarig bestaan zou vieren, kwam men op het verkeerde feestje terecht. De tijd stond even stil, op 00.00 uur, Stunde Null, om het in de taal van de vijand van die tijd te zeggen. De deur naar het verleden viel met een klap dicht, er was alleen nog toekomst. De stad is dood. Leve de stad! Op sterven na dood dan. Want het leven ging al gauw weer zijn gang. Men liep en fietste door straten van puin en ruïnes. Mensen zijn  sterker dan steen. Om het met de dichter J.C. Bloem wat poëtischer te zeggen (in zijn gedicht “Rotterdam”): “Klaag niet, steeds bloesemen de tuinen / Boven vergankelijkheid en wee. / Een herder rust thans op de puinen / Van Babylon en Niniveh.”

Rotterdam werd toegevoegd aan de lijst van historische steden die ooit, lang geleden, kort geleden, zeer recent en onlangs werden verwoest. Babylon en Niniveh waren steden van lang voor het begin van onze jaartelling, machtige metropolen, die meerdere malen werden verwoest en weer opgebouwd en weer verwoest. Tot op de dag van vandaag: in januari van dit jaar werden grote delen van de 2.700 jaar restanten van de oude muren van Niniveh door de barbaren van de Islamitische Staat (IS) opgeblazen. 

De mens, of laat ik zeggen, de mensheid, is een kleuter die van blokken een mooi bouwsel maakt en het dan met het grootste plezier een zet geeft en in elkaar laat storten. Veel verder dan dit infantiele gedrag zijn we eigenlijk niet gekomen. De eerste beschreven persoon in onze beschaving, de Griek Odyssee, werd met trots de stedenverdelger genoemd. Arthur Harris, bijgenaamd Bomber Harris, de Britse luchtmaarschalk die met zijn tapijtbombardementen de Duitse steden met de grond gelijkmaakte (zoals Dresden; 25.000 doden in een nacht), werd met de hoogste ridderorde onderscheiden. Gerechtigheid, wraak?

Maar goed, dat is geschiedenis. Een stad vernietigen is wat je over een maaltijd kan zeggen: sneller opgegeten dan klaargemaakt. Om een stad helemaal weer op te bouwen, is minstens honderd jaar nodig. In de jaren van wederopbouw zijn er verschillende hoogtepunten geweest. En lange periodes van malaise. Er zijn mensen die vinden Rotterdam nu al een wereldstad is. Maar één Markthal maakt nog geen metropool. Met 75 jaar zijn we in ieder geval al aardig op weg om ten minste weer helemaal stad te worden. 


Rien Vroegindeweij is dichter en schrijver en ontving in 2006 de Erasmusspeld 

Meer nieuws