23-10-14

‘Dit heeft zo moeten zijn’

Ze spijbelde van school, “saboteerde” vier jaar lang haar werk als receptioniste en solliciteerde in meerdere bordelen. Maar het was het allemaal waard, want nu leeft Judith Visser (36) haar droomleven: dat van een schrijfster. Een succesvolle schrijfster, want de geboren Rotterdamse kan er van leven. En afgelopen zomer werd één van haar boeken zelfs verfilmd.

PASPOORT

Naam: 
Judith Visser
Geboren: 
29 januari 1978, Rotterdam
Privé: 
Woont samen met haar man en twee honden 
in Rockanje
Opleiding:
Hbo Voedingsleer
Boeken
Tegengif (roman, 2006)
Tinseltown (roman, 2007)
Stuk (jeugdthriller, 2008, verfilmd in 2014)
Ysabella (novelle, 2008)
Oversteken (thriller, 2009)
Trip (jeugdthriller, 2010)
Time-out (thriller, 2011)
Zeemansbruid (thriller, 2012)
Hasta la Vista (jeugdtriller, 2013)
Vreemden in de nacht (thriller, 2014)
Prijzen/nominaties
Winnaar Beste Rotterdamse Boek 
voor Tegengif (2007)
Winnaar Beste Rotterdamse Boek 
voor Tinseltown (2008)
Nominatie Gouden Strop voor Stuk (2009)
Award Beste Vrouwenthriller van 2009 
voor Oversteken

 
Als tiener kwam ze er al vaak, maar nu Judith Visser er inmiddels vier jaar woont, kent ze het duin- en bosgebied van Rockanje op haar duimpje. Handig manoeuvreert ze over de nauwe zandpaadjes naar weer een schitterende, bosrijke locatie waar de fotograaf haar kan vastleggen. Met haar honden uiteraard, want dat zijn haar grote liefdes én de reden dat ze hier zo vaak komt. Tijdens de lange wandeltochten met Sandy, een mooie herdershond van zeven jaar oud, en Yuriko, een speels wolfje van nog maar enkele maanden, maakt ze haar hoofd leeg. Laat ze voor even de gedachtekronkels van haar vaak complexe personages los. De honden zijn niet alleen haar steun en toeverlaat, ze vormen ook haar stok achter de deur. ‘Je hoort altijd verhalen over verslonsde schrijvers, die de hele dag in een pyjama, met een fles drank binnen hand­bereik, binnen zitten. Met Sandy en Juriko is dat geen optie. Niet dat ik dat zou willen, trouwens’, haast ze zich erbij te zeggen.Nee, voor Judith Visser geen drank. Geef haar een kop thee en een zak tortillachips en er ontstaat iets moois. Hoewel, zo makkelijk gaat het nu ook weer niet. Zo duurde het even voordat ze op dreef was met haar elfde boek, De Ontwaking, een thriller voor volwassen die ze momenteel aan het schrijven is. Ze begon 
in mei, maar pas begin augustus kwam de schwung erin. In het befaamde writer’s block gelooft ze niet. ‘Ik denk eerder dat het 
mijn onderbewustzijn was, dat vertelde: “Mens, doe even rustig aan. Je hebt net een boek af (Vreemden in de nacht verscheen eerder dit jaar, red.) en er is net een film verschenen van één van je boeken.” Dat advies heb ik dus maar opgevolgd’, vertelt ze als 
de duinen zijn ingeruild voor een tafeltje in één van de vele strandtenten die Rockanje rijk is.
 

'Soms is schrijven zwaar, ik heb wel eens zelfmoordgedachtes gehad' 

 
Was het een doel van je, om jeugdthriller Stuk verfilmd te krijgen?
‘Nee, want dan zou ik er zelf werk van gemaakt hebben. Nu kwam het op mijn pad; regisseur Steven de Jong vroeg mij of hij Stuk mocht verfilmen. Het was wel een stille wens, want de verfilming van een boek is iets wat iedere schrijver wil. Het is een mooie manier om een groter publiek te bereiken met jouw verhaal. Ik was in eerste instantie dan ook enthousiast, maar mijn tweede gedachte was: als het maar wel goed vertaald wordt naar beeld. Het is namelijk een heel gevoelig verhaal over een meisje van zestien dat op school ernstig gepest wordt. Maar toen ik het script had gelezen, was ik overtuigd. De rest, zoals het zoeken van de acteurs, ging buiten mij om. Toen bekend werd dat Yolanthe Sneijder-Cabau een rol zou spelen, had ik twijfels of dat wat ging worden. Maar ze heeft het goed gedaan en ik snapte ook wel dat er vanwege de commercie een aantal grote namen in de film moest spelen. Positief verrast was ik ook door hoofdrolspeelster Jackie van Parijs – net als ik een Rotterdamse – die een heel moeilijke rol echt fantastisch heeft vervuld.’
 
Desondanks heeft Stuk nog geen twee maanden in de bioscoop gedraaid…
‘Dat is jammer, maar wel verklaarbaar. Doordat de leeftijdsgrens twaalf jaar was, draaide hij in veel bioscopen niet ’s avonds. Daarnaast vonden veel critici dat het verhaal te veel in de film gepropt was en hadden ze wat filmtechnische kanttekeningen. Ikzelf was er heel tevreden mee en gelukkig heb ik ook vanuit de doelgroep – jongeren – veel positieve reacties gehad. De mooiste? Iemand vertelde dat ze had zitten huilen. Dan weet je dat je mensen echt geraakt hebt met je verhaal. Dat is waar je het voor doet.’
 
De onderwerpen van je boeken, doorgaans thrillers, zijn niet alledaags. Naast pesten schreef je al over prostitutie en sekspoppen. Hoe kom je aan die inspiratie?
‘Ik schrijf graag over niet-alledaagse dingen. Veel dingen die ik zie – op tv, in de krant, maar ook in het echte leven – fascineren me. Ik heb voor mezelf een test: als ik er na vier weken nog steeds aan denk, dan is het onderwerp sterk genoeg voor een boek. Ben ik het na een paar dagen vergeten, dan is het kennelijk niet boeiend genoeg. In het geval van Stuk zag ik een aflevering van Oprah Winfrey over een vrouw die haar haren uittrok. Dat bleef hangen, en dan gaat zo’n onderwerp leven in mijn hoofd. Wát iemand doet, is interessant. Maar waarom iemand iets doet, is nóg interessanter. Die gedachtegang beschrijf ik dan, en dan krijg je al snel een thriller met af en toe een rare wending. Real dolls, levensechte sekspoppen, werden het onderwerp voor mijn boek Zeemansbruid nadat ik eens iets op tv had gezien daarover. En prostitutie, het onderwerp van mijn eerste boek Tegengif, fascineert me al vanaf mijn elfde, toen ik een aflevering van het tv-programma Jambers zag. Zo hebben we allemaal een soort archiefkast in ons hoofd, toch? Af en toe trek ik een laatje open en haal ik er wat uit.’
 
 
En voor je het weet, ben je aan het solliciteren in een aantal bordelen…
‘Ik vind het fijn om veel en actief research te doen, want naar mijn mening kun je dan zo realistisch mogelijk over bepaalde onderwerpen schrijven. Dus ben ik voor Tegengif inderdaad bij Rotterdamse bordelen gaan solliciteren. Dat leek mij de enige manier om goed te kunnen achterhalen hoe het er in die wereld aan toegaat. En dat bleek, want ik had het zo realistisch opgeschreven dat mensen na het lezen zeker wisten dat ik vroeger in de prostitutie had gezeten. Dat is uiteraard niet waar, maar dat mensen dat dachten, komt volgens mij vooral doordat ik in de ik-vorm schrijf en aan method writing doe, wat inhoudt dat je volledig in de huid kruipt van je hoofdpersoon. Voor mezelf is dat soms best zwaar, zoals bij de hoofdpersoon uit Stuk. Die kreeg anorexia en wilde zelfmoord plegen. Als ik dan zelf een keer een slechte dag had, kreeg ik ook dat soort gedachten. “Ik stop ermee, het leven hierna is veel mooier…” Het boek daarna ging over een vrouw wiens man overlijdt. Ging ik ineens continu mijn man sms’en om te vragen of hij wel veilig was aangekomen op zijn bestemming. Dat gaat best ver, ja…’
 
Weegt dat ook op tegen het uiteindelijke resultaat: een goed boek?
‘Ja, honderd procent. Als je het boek leest, zit je helemaal in het hoofd van zo’n personage. Dat is wat ik wil bereiken en dat is ook wat mijn boeken succesvol maakt, denk ik. Het doel heiligt wat dat betreft dat middelen. En gelukkig kan ik het hele proces weer makkelijk afsluiten als een boek eenmaal af is.’
 
DOELEN EN DROMEN
Dat Judith Visser schrijfster zou worden, stond al vroeg vast. Op haar vierde schreef ze al een verhaal over een paard dat een geest was en maar door één meisje kon worden gezien. ‘Op zich hebben alle kinderen wel fantasie, dus dat ik dat bedacht, was niet heel bijzonder. Maar niet iedereen heeft het vermogen om in het een vorm te gieten en onder woorden te brengen. Dat ik dat toen al kon, was wel een voorteken van welke wending mijn leven uiteindelijk zou nemen’, zegt ze nu. Ook de vrije opvoeding die ze genoot, droeg daar aan bij. Net als het feit dat ze zichzelf af en toe wat vrijheid permitteerde. Op school vond ze alleen Nederlands en Engels leuk, dus waren dat de enige vakken die ze volgde. ‘Ik voelde aan dat ik met die andere vakken niets ging doen in de rest van mijn leven. Dus waarom zou je die vakken dan volgen, als je die tijd ook kunt besteden aan het lezen van een goed boek?’
 
Dezelfde tactiek paste ze toe bij haar werk als receptioniste bij IBM Nederland.  Daar weigerde ze vier jaar lang stelselmatig om de telefoon op te nemen, omdat ze maar één doel had: achter de balie haar eerste boek schrijven. ‘Ik twijfelde heel lang tussen het starten van mijn eigen voedingspraktijk (Visser studeerde voedingsleer, red.) en mijn hart volgen en een boek schrijven. Ik koos voor het laatste, maar ik had ondertussen natuurlijk wel een salaris nodig. Ik had ooit gelezen dat Ronald Giphart zijn eerste boek had geschreven gedurende zijn werk als nachtportier in het ziekenhuis. Daarom dacht ik: ik moet receptioniste worden. Het geluid van de bel en de telefoon zette ik uit, want ik had maar één missie: dat boek schrijven. De telefoon was een hinderlijke onderbreking daarbij; ik nam alleen op als ik toevallig het lampje zag knipperen. Dat is natuurlijk absoluut niet goed te praten. Als ik baas was, zou ik heel boos worden op een receptioniste die haar belangrijkste taak niet zou uitvoeren. Maar ik kwam er om onbegrijpelijke redenen mee weg, net als met het spijbelen. Het heeft zo moeten zijn denk ik.’
 
Haar debuutroman Tegengif betekende een vliegende start van haar carrière. Inmiddels is ze drie jeugd- en zes volwassenenboeken verder en is haar naam gevestigd in de wereld van de literaire thrillers. Ze kan er zelfs van leven.
 
Leef je nu het leven waar je altijd van gedroomd hebt?
‘Ja, absoluut. Boeken schrijven en met de honden de natuur in, dat is het heerlijkste dat er is. Aan de andere kant is schrijven ook gewoon werk. Ik heb een deadline en een contract; mijn uitgever verwacht ieder jaar een nieuw boek van me. En ikzelf ook, want van één boek per jaar kom ik financieel precies rond. Ik zou graag meer boeken willen schrijven, zoals mijn collega’s Loes den Hollander en Simone van der Vlugt, die er drie of vier per jaar doen. Maar het probleem is: ik neem nooit genoegen met mijn eerste versie. Iedere zin moet mooi zin. Daarnaast schrijf ik alles met de hand, omdat ik me niet kan concentreren op de computer. Dat is een apparaat, het maakt geen fantasie los. Dan ben ik echt aan het werk, terwijl ik met de pen in een soort sfeer kom die ik nodig heb om tot een goed boek te komen. Ieder nieuw boek probeer ik het weer op de computer, maar er komt gewoon niets uit mijn vingers… Het probleem is dat ik daarna al die geschreven teksten moet uittikken. Dat kost gewoon enorm veel tijd.’
 
Wat als je eens een jaar geen inspiratie hebt?
‘Inspiratie heb ik meestal wel, maar ik heb wel eens gedacht: wat als ik chronische hoofdpijn krijg? Dan heb ik een jaar geen inkomsten. Dus ben ik aan het uitzoeken of dat op een of andere manier te verzekeren is, zoals sommige voetballers ook hun benen verzekeren.’
 
Hoe belangrijk zijn verkoopcijfers en prijzen voor jou?
‘Heel belangrijk. Schrijvers die zeggen dat cijfers en prijzen niet belangrijk zijn, die houden zich heel groot. Ik hoef niet de best verkopende te zijn, maar wil er wel van kunnen leven. Het probleem is alleen dat de royalty’s steeds minder worden, mede door het onbetaald downloaden van e-books. Vroeger waren de royalty’s je hoofdinkomen en waren de lezingen je extraatjes.
 

'Ik schrijf alles met de hand, een computer maakt geen fantasie los' 

 
Nu is het bijna andersom. Ik moet steeds vaker op pad voor lezingen en workshops. En dat terwijl de meeste schrijvers, waaronder ik, toch het liefst thuis zijn… Maar ja, iedereen is ertoe veroordeeld. Behalve Saskia Noort, die zoveel boeken heeft verkocht en verfilmd heeft zien worden dat ze miljonair is. Of ik daar jaloers op ben? Nee, ik wil haar niet van de troon stoten, of zo. Ik zie het meer als een stimulans. Het is blijkbaar mogelijk om dat als schrijver te bereiken.’
 
Wat zijn jouw dromen nog?
‘Ik hoop dat er nog een aantal boeken verfilmd zullen worden, dat ik het geschenkboekje voor de Maand van het Spannende Boek mag schrijven en dat mijn boeken ooit vertaald zullen worden… Maar dat zijn dingen die je allemaal niet zelf in de hand hebt. Sowieso geloof ik niet zo in dromen, want dan geef je dingen uit handen aan wat – het universum? – in de hoop dat het ooit gebeurt. Lekker zelfstandig… Daarom geloof ik meer in doelen. Zo is mijn doel dat ik ooit een Engelstalige roman ga schrijven. Dat ga ik ook zeker doen, alleen weet ik nog niet wanneer. En verder wil ik me ontwikkelen als schrijfster. Ik zit pas op een derde van wat ik ooit wil bereiken, dus er is nog veel ruimte over. En ik heb heel veel zin om die ruimte in te gaan vullen met mooie en verrassende boeken.’
 

JUDITHS TOP IN TOWN
 
TOP gebouw
'De Centrale Bibliotheek. In mijn jeugd kwam ik vrijwel dagelijks om chocola te eten en te lezen over alles wat mij toen bezighield. Ik heb daar heel wat uurtjes doorgebracht en kom er nog altijd graag.'
 
TOP buurt
'Hoe hard de wijk inmiddels ook achteruit gegaan is, ik ga toch voor Pendrecht. Ik heb er bijna mijn hele leven gewoond en dat schept toch een band, ook al lag het gemiddelde IQ onder de honderd en was ik zeer waarschijnlijk de enige schrijver, haha. Mede doordat het lastig was om met de honden te wandelen in Rotterdam-Zuid ben ik verhuisd naar Rockanje.'
 
TOP Rotterdammer
'André van Duin! Toen ik een jaar of acht à tien was, keek ik altijd videobanden van hem samen met mijn opa en oma.'
 
TOP evenement
'Ook hier kom ik weer uit bij de Centrale Bibliotheek; ik kies voor het jaarlijkse Lezersfeest. Erg gezellig, als schrijver én als lezer.'
 
TOP café/restaurant
'Dat kan er maar één zijn: Il Carretto in Zuidwijk. Als je er binnen loopt, is het alsof je in Italië bent. Er hangt een heel familiaire sfeer en het eten is voortreffelijk. Zonder twijfel hebben ze hier de beste pasta en pizza van Rotterdam. Ik bestel dan ook nooit pizza in Rockanje, want beter dan bij 
Il Carretto wordt het nooit!'

 
Tekst: Bas Abresch
Fotografie: Jeffrey de Regt

Meer nieuws