21-09-17

Drie burgemeesters in vuur en vlam voor trots Rotterdam!

Het was een uniek cadeau voor het 30-jarig jubileum van Friends in Business:
de samenkomst van de drie burgemeesters van Rotterdam. Bram Peper, Ivo Opstelten en
Ahmed Aboutaleb ontvingen ons in hun burgemeesterskamer in het Rotterdamse stadhuis.

Ivo Opstelten (31 januari 1944, burgemeester van Rotterdam van 1999 tot en met 2008) arriveert als eerste. Net terug van een educatieve reis naar Rusland. Met de boot van Sint Petersburg naar Moskou. ‘Wel in aangenaam gezelschap natuurlijk, want dat kies ik zelf uit.’ Elke dag was er een college van journalist/schrijver Alexander Münninghoff. ‘Ik had me nooit gerealiseerd dat de economie van Rusland feitelijk kleiner is dan die van de staat California. En ik hoorde hoe Leonid Breznjev (leider van de Sovjet-Unie van 1964 tot 1982) zijn volk het communisme uitlegde: als jullie net doen of jullie werken, dan doe ik net of ik jullie betaal.

Dan maakt Bram Peper (13 februari 1940, burgemeester van Rotterdam van 1982 tot en met 1998) zijn entree. Een totaal mislukte knieoperatie, een aantal jaren geleden, eist z’n tol. De man die ooit als semi-professioneel voetballer met gemak twintig goals per seizoen maakte op Eerste Divisie-niveau, loopt moeilijk en is zijn basisconditie kwijt. ‘Vanmorgen was ik nog bij de cardioloog voor een routinecheck. Hij zei dat het allemaal prima was, maar zo voelt het niet altijd hoor!’

Ahmed Aboutaleb (29 augustus 1961, burgemeester van Rotterdam sinds 2009) heet zijn beide voorgangers welkom. De ontspannen hartelijkheid tussen de drie mannen valt het meest op. Ook tussen Peper en Opstelten, die toch een flinke juridische knokpartij achter de rug hebben.

Handdruk met de stad
In de burgemeesterskamer blijkt er weinig veranderd. Een zeldzame combinatie van historische grandeur en alledaagse soberheid. En hoe extreem verschillend deze burgemeesters ook zijn, tóch kenmerkt dat hen alle drie.

De kamer op zich levert niemand grote gevoelens op. ‘Een plezierige kamer om in te werken’, luidt het nuchtere commentaar van Peper, die hier toch ruim zestien jaar lang hoge pieken en diepe dalen moet hebben ervaren. Opstelten ziet zichzelf weer staan in de piepkleine serre met uitzicht op de Coolsingel en het Stadhuisplein. ‘Daar begon ik elke morgen om 08.00 uur. Met een rituele handshake met de stad. En dan aan het werk! Ik had wel een fijnere werktafel, zonder laatjes. Daar houd ik niet van. Maar ja, als jij graag laatjes wil…’, zegt hij tegen zijn opvolger.

Het stadion
‘Zijn jullie ooit zó dicht bij elkaar geweest als nu?’, luidt onze openingsvraag.
‘Je bedoelt letterlijk?’, vraagt Peper, bij wie de ironie nooit ver weg is. ‘Een paar keer’, zegt Aboutaleb, ‘maar nooit in deze kamer. Ik heb Bram een paar keer als adviseur gevraagd. Intensieve gesprekken waren dat. Over het nieuwe Feyenoordstadion bijvoorbeeld, hè Bram?!’

‘Ja, daar ben ik zeer tegen’, zegt Peper. ‘Nog steeds! Ik vind dat van weinig respect getuigen voor De Kuip, zowel architectonisch als qua sfeer. Terwijl er een goed renovatie-alternatief lag. En ik weet zeker dat het nieuwe stadion uiteindelijk véél meer gaat kosten dan nu wordt gezegd.’
‘Daar denk ik helemaal anders over’, countert Opstelten. ‘Dat nieuwe stadion is, in de context van Feyenoord City, juist een prima wapenfeit van dit college van B en W.’

‘Eerlijk gezegd heeft Bram, met zijn argumenten over het stadion, óók een punt’, leidt Aboutaleb het mini-debat in juiste banen. ‘Maar mijn perspectief is de ontwikkeling van de stad, Rotterdam-Zuid met name. In die context sta ik hier voor 100 procent achter.’

Het nieuwe Rotterdam
Friends in Business zag het levenslicht in 1987. Bram Peper was toen burgemeester van Rotterdam. ‘1987 was in mijn burgemeesterschap een cruciaal jaar. Toen hebben we als college de contouren van het nieuwe Rotterdam bepaald. In de nota Vernieuwing van Rotterdam.’
‘Die heb ik gelezen’, reageert Aboutaleb respectvol.

Hoogvlieger
Ahmed Aboutaleb was in 1987 een jonge man van 26 jaar, zonder enige aanwijzing over de loop die zijn leven uiteindelijk nam. ‘Ik had hts gedaan. Luchtvaart en techniek.’
‘Dus wel gelijk een hoogvlieger’, zegt Peper.
‘Nadat ik had meegedaan aan een NOS-radioprogramma voor jongeren, leek de journalistiek mijn bestemming te zijn’, vervolgt Aboutaleb. ‘Maar eind jaren 90 kwam ik vanuit die journalistiek als voorlichter in de politieke wereld terecht. Eerst bij minister Hedy d’Ancona, later bij haar staatsecretaris Hans Simons. In die jaren kwam ik overigens al bijna elke zondag naar Rotterdam. Met m’n jongste dochter. Vanuit Den Haag kwamen we dan aan op het Centraal Station, zaten we eerst in het café op de hoek bij De Doelen lekker samen te lezen en dan gingen we de stad in.’

Dalen als droom
Ivo Opstelten neemt een aanloopje naar zijn herinnering aan 1987: ‘Ik heb een eenvoudige rechtenstudie gedaan.’ Zelfspot is één van zijn charmes. ‘Zes jaar voor uitgetrokken. Korter kon wel, maar dat deed ik niet. Al m’n vrinden in Leiden ook niet trouwens. Mijn eerste burgemeesterspost was in Dalen. De Commissaris van de Koningin vroeg me wat ik dan ná Dalen wilde, maar voor mij was Dalen al een droom. Uiteindelijk heeft hij mij toen de uitspraak ontlokt dat ik, misschien, als álle dromen uit zouden komen, Zutphen wel zou ambiëren. Maar dat zag ik dan wel als ultiem eindstation van mijn carrière… In 1987, zo kom ik erop, maakte ik als burgemeester van Delfzijl en vicevoorzitter van de VVD de overstap naar de functie directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid. Zo kwam ik met Bram in contact.’

De haven van Madurodam
Peper: ‘Maar toen je burgemeester van Delfzijl was, hebben we elkaar toch ook al ontmoet?’ Opstelten: ‘Ja, dat was een spannend moment.’
Peper weer: ‘Het was een beetje alsof je uit Madurodam kwam. Zo van ik heb óók een haven….’
Opstelten: ‘Ja, haha, ik heb nog een grote foto uit die tijd van een beurs over onze haven. Daar waren we met een grote delegatie vanuit Delfzijl en de provincie Groningen, maar de enigen die er op een gegeven moment nog stonden, waren wij zelf…’

Haven naar de zee dragen
Gedurende het gesprek laten de burgemeesters de inhoud van hun antwoorden niet te veel beïnvloeden door de vragen die worden gesteld. Burgemeester Aboutaleb maakt een creatieve bocht naar de erfenis van zijn voorgangers: ‘Daar profiteer ik zéér van. Eén van de belangrijkste ontwikkelingen die de stad heeft doorgemaakt, is de uitplaatsing van de haven vanuit de stad richting zee. Daar heeft de Erasmusbrug uit de periode van Bram enorm aan bijgedragen. Die is niet alleen heel belangrijk geweest voor het stadsbeeld, maar ook voor de ontwikkeling van de Kop van Zuid. Die brug heeft een paar honderd miljoen gulden gekost, maar er staat nu voor miljarden euro’s aan economie op de Kop van Zuid. Later kwam de periode van Ivo, waarin de vervolgstappen werden gezet naar de aanleg van de Tweede Maasvlakte. Daardoor ging er nog meer haven­bedrijvigheid naar de Noordzee.’

Vernieuwing levert banen op
Maar ook nu zijn er grote ontwikkelingen in de haven. ‘Ja, natuurlijk, neem alleen maar alles wat te maken heeft met internet of things en cyber in de haven. De invloed van 3D-printen, dat is haast niet voor te stellen, dat we straks gewoon hele schepen printen. Printen! En iedereen die denkt dat er door dat soort transities veel banen verloren gaan, vergist zich. Dit gaat juist een enorme boost geven aan onze werkgelegenheid!’
‘Een tweede belangrijke ontwikkelingslijn zit in verduurzaming en energietransitie. Als we dáár niet op inzetten, is onze haven binnen 40 jaar een soort museum.’

Nummer 1
Tijdens het burgemeesterschap van Peper had Rotterdam de grootste haven van de wereld. In de periode van Opstelten moest die positie worden afgestaan. En nu neemt Rotterdam de elfde positie op de wereldranglijst in.
‘Dat is helemaal niet relevant’, reageert Aboutaleb ferm. ‘Onze haven heeft alleen maar aan importantie gewonnen. De havens die ons nu op die ranglijst voorgaan, concurreren op geen enkele manier met de onze. Die zitten in Azië en bedienen andere markten. Havens concurreren met elkaar in een straal van 500 kilometer. Voor de West-Europese economie is de Rotterdamse haven altijd nummer 1 geweest en dat blijft hij ook!’
Opstelten: ‘Zo is dat! Het gaat om kwaliteit, om innovatie, de leidende positie in je eigen regio!’

Jong ondernemerschap
Jan Dirk Stouten (hoofdredacteur van Friends in Business) deelt dan zijn ervaringen van een dag eerder in het Groothandelsgebouw waar honderden kleine bedrijven van jonge ondernemers samen werken aan hun toekomst. In het kielzog daarvan worden andere broedplaatsen van Rotterdams ondernemerschap genoemd. De Van Nellefabriek en de RDM-campus.
Opstelten: ‘Ik vind het fantastisch om die mensen te spreken. De wil om écht wat te veranderen en daar als zelfstandig ondernemer de verantwoordelijkheid in te nemen… Petje af! En dat bedrijfsleven, overheid en onderwijs één vuist maken… In mijn tijd was dat nog lang niet zo ver!’

Dat gaan jullie toch niet laten slopen?!
Bram Peper: ‘Ik heb nog meegemaakt dat die Van Nellefabriek gesloopt dreigde te worden door eigenaar Sara Lee. Daar kende ik de Europese baas van. Toen heb ik één van mijn befaamde boottochtjes gehouden die later nog geregistreerd zijn door accountants… Want wij wilden het pand om architectonische reden graag behouden. Daar kreeg ik echt brieven over vanuit de hele wereld: dat gaan jullie toch niet laten slopen?! Sara Lee vroeg 21 miljoen en na dat boottochtje zaten we op 16 miljoen. Ik bedoel maar… En ik zal niet nog een keer over dat stadion beginnen, maar het behoud van dat soort monumenten in de stad is gewoon belangrijk!’

Een échte stad
Dat brengt Peper op zijn kernpunt. Want in de messcherpe spotvogel zit ook het warme hart van een idealist die niets liever heeft gewild dan een wereld achterlaten waarin geld, kennis en macht veel eerlijker worden gedeeld, desnoods via de kleine stapjes in de smalle marges van de democratie, zoals Joop den Uyl (overleden in 1987) het formuleerde. ‘Mijn ideaal was van Rotterdam een échte stad te maken! Geen wormvormig aanhangsel van de haven! Met een veelzijdige samenstelling van de bevolking. Met een grote diversiteit in alle opzichten. Toen ik hier kwam en ze vroegen me of ik een goed restaurant wist, kon ik er drie noemen. Nu geef je een boekje. Wat mij voor ogen stond, is dat de jeugd die er aan kwam trots zou worden op hun stad. Maar dat kost tijd, heel veel tijd…’

Wereldberoemd
Aboutaleb: ‘En toch is dat precies wat ik nu zie, Bram. 30 jaar later inderdaad. Die jeugd waar jij het toen over had, draagt nu de stad. Met een enorme zelfverzekerdheid. Ongekend! Dat werkt ook internationaal door. Ik was ooit in Amerika op een conferentie over watermanagement. Bill Clinton leidde dat en zei gelijk bij de opening: laten we eerst naar die kleine stad uit Nederland luisteren, want die hebben de beste ervaringen. Bij alles wat nu te maken heeft met klimaat en duurzaamheid, hóe klein we ook zijn, zijn we een van de meest gevraagde steden om kennis te leveren. Dat zien bedrijven ook. Shell is terug in de stad. KPN zegt tegen Den Haag: sorry, maar ons DNA past het beste in Rotterdam, dus daar gaan we ons hoofdkantoor neerzetten. En we bieden nooit geld hè, het is gewoon aantrekkingskracht.’

Reflectie
Hoofdredacteur Stouten maakt dan de overstap naar de reflectie. Hij vraagt aan Bram Peper wat hij van Ahmed Aboutaleb als burgemeester vindt. Ik houd even m’n adem in… Peper realiseert zich zijn reputatie: ‘Ik zit hier nou niet bepaald in een omgeving om te zeggen dat hij een waardeloze burgemeester is, maar ik ben vanaf het begin een supporter. Ik vind Ahmed een fantastische burgemeester. Ik heb me wel eens verdiept in de burgemeestersbenoemingen in Rotterdam; die zijn eigenlijk altijd omstreden geweest. Maar déze burgemeester hebben ze het wel heel moeilijk gemaakt. Toch zijn ook die mensen tot de conclusie gekomen dat dit een goede man is en dat hij ook wat durft. Hij is een beetje opinievormend in Nederland en zelfs ook daarbuiten. En hij zweeft niet in de lucht hè, ik zie ‘m voortdurend ín die stad aan het werk.’

Stuiterende stad
Aboutaleb: ‘Rotterdam is prachtig, maar een moeilijke stad om te besturen hoor. Geen plek in Nederland waar dat zó enerverend is als hier. Amsterdam bijvoorbeeld, dat lijkt gebouwd op schokdempers, zelfs bij de ergste gebeurtenissen, maar Rotterdam stuitert altijd. Niet alleen in de politiek. Rotterdammers verwachten dat je er bént, dat je wat dóet en accepteren nooit als je zou zeggen: dit is niet van mij.
Opstelten: ‘Ja, dat zeg je goed, dat herken ik helemaal. En dat is precies wat je doet. Je bent ook mijn burgemeester. Daar ben ik trots op en ik weet, uit de eerste hand, dat de meeste Rotterdammers dat zijn!’

Ruim baan voor de burgemeester
Een andere specifiek Rotterdamse traditie is dat de stad veel van haar burgemeester vraagt en dat hij ook de ruimte krijgt om zijn eigen rol te spelen. Peper: ‘Hoewel je die soms ook zelf moet creëren. Zeker in mijn tijd. Ik had echt weinig formele instrumenten. Als ik alleen maar naar de gemeenteraad had geluisterd, was déze Erasmusbrug er echt niet gekomen.’
Opstelten: ‘Dat hebben we op onze eigen manier ingevuld. Bram met perron NUL, ik met de prostitutie op de Keileweg, Ahmed met het asielzoekerscentrum in IJsselmonde…’
Aboutaleb: ‘De keerzijde is wel dat de gemeenteraad je ook eens een tik geeft. Dan moet je hier ook gewoon kunnen zeggen dat het niet goed was. Maar in het algemeen gesproken heb ik ook wat dit betreft de erfenis van beide heren dankbaar aanvaard.’

Het wonder geschiedt…
Daarmee eindigt het gesprek. Een vrouwelijke bode komt de burgemeesterskamer binnen en kijkt alsof ze getuige is van de wonderbaarlijke herrijzenis. ‘Alle drie mijn burgemeesters bij elkaar…’ Ze kan het niet geloven. Lachend poseren de burgemeesters met haar voor een historische foto.

Afscheid
Het afscheid is hartelijk. Zondag zien ze elkaar weer in De Kuip.
Bram Peper moet de strijd met de zwaartekracht weer aan. Op weg naar de lift wordt hij ondersteund door twee dames die hem op het rechte pad proberen te houden.
The story of your live, meneer Peper’, zeg ik.
‘Pffff, zeg dat wel’, besluit hij met een knipoog.

Meer nieuws