18-05-15

Eeuwenoud geheim krijgt nieuwe glans

Verf speelt de hoofdrol bij Niels Smits van Burgst (1970, Maassluis). Olieverf. De mensen in zijn schilderijen – altijd mannen, jongens – figureren in een mistig panorama, vervaagd alsof zij niet uit de verf durven komen die hen een onbestemde gestalte geeft. Het maakt dit werk boeiend, misschien ook wel irritant. Wat wordt door de verf verborgen, welke krachten of geheimen gaan schuil achter de sluier die over deze voorstellingen ligt? Het heeft geen zin om naar antwoorden te zoeken. Als de schilder ze zou weten, hoefde hij zijn schilderijen niet meer te maken. Niels Smits van Burgst treedt met de wapens van het verleden – olieverf op linnen – het dagelijks leven van nu tegemoet. En hij doet dat overtuigend, verrassend en afwijkend.

Olieverf op linnen was eeuwenlang het materiaal en het geheim van de schilder. In de hedendaagse beeldende kunst met zijn hang naar fotografie, video en ICT lijkt het “oude”medium bijgezet in de sarcofaag van de traditie. Maar dat is schijn. In veel ateliers heeft de olie zich kunnen handhaven, tegen de bierkaai in. Daar hangt het aroma van de eeuwenoude verflucht die deel uitmaakt van onze geschiedenis. Dat is ook het geval in de grote werkruimte van Niels Smits van Burgst in een atelierpand aan de Borgerstraat, op een steenworp afstand van het Kasteel van Sparta. ‘Als de supporters opgewonden raken, hoor ik hier de zangkoren’, zegt Niels.

 


Niels Smits van Burgst in zijn atelier aan de Borgerstraat. De toevoeging van Burgst dateert uit het midden van de 19de eeuw, toen een voorvader  het Brabantse landgoed Burgst kocht en dat aan zijn familienaam mocht verbinden.

Twee jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met zijn werk. Sindsdien liet het mij niet los. Daarbij speelde ook een zekere nieuwsgierigheid een rol. Hoe kan een kunstenaar overleven die zich niets aantrekt van de geest van de tijd? Van trends die in de mode zijn? Van media die de informatietechnologie ons aandragen? Het antwoord: door kwaliteit te leveren, liefst hoge kwaliteit die geen boodschap heeft aan de hype van het moment. Bij Niels is dat duidelijk het geval.

Kok

Ik had medio februari met hem afgesproken. Op een woensdagmiddag, zijn vrije middag. Hij was net gearriveerd uit Rotterdam-Zuid, waar hij op de openbare basisschool Bloemhof om de week werkt als kok. ‘Ik kook voor 340 kinderen, het gaat om de lunch. Ik koop ook de benodigde ingrediënten op de Afrikaandermarkt en bij de (halal)slager. Met de bakfiets op stap, een hele klus. Het maakt deel uit van een pedagogisch project van de filosoof Henk Oosterling van de Erasmus-universiteit in opdracht van de stichting Vakmanschap. De doelstelling is gezond leren eten. Mijn collega Ralph van de Meijgaard, die ook een atelier heeft aan de Borgerstraat, en ik wisselen elkaar af. Een week koken, een week schilderen. Ralph doet het al zeven jaar en heeft het volledig in de hand. Ik werk er pas sinds november vorig jaar, daarvoor was ik een paar dagen per week kok bij Westerkaatje aan de Benthuizerstraat. Het is nog wennen. Af en toe experimenteer ik en dat valt soms niet goed. “Dit is niet te vreten”, roept dan zo’n ventje. Vervolgens schuift de hele club de borden met een blik vol afschuw van zich af. Gelukkig komen die aanvaringen steeds minder voor. Al met al is het leuk werk, ook al omdat sprake is van een zeker idealisme.’

‘Door de inkomsten uit deze baan kan ik als schilder vrij opereren, zonder rekening te houden met wat de markt wil. Ik ben volledig onafhankelijk en kan dus een eindeloze reeks ongevraagde schilderijen produceren.’ De kwalificatie “ongevraagd” gaat de laatste jaren minder op. Zijn werk krijgt steeds meer aandacht. Regelmatig wordt het getoond bij galerie Witteveen in Amsterdam en galerie Zerp in Rotterdam  (groepsexpositie 17 mei tot 14 juni). En bijzonder actueel: in de WTC Art Gallery van Martin Bijl heeft hij t/m 29 maart een solo (open op vrijdag, zaterdag en zondag van 12.30 tot 17.30 uur.)

Soepele streek

Niels Smits van Burgst: ‘Ik schilder het dagelijks leven, vooral aan de hand van foto’s. Daarin schipper ik een beetje tussen dingen die mensen graag willen delen en dingen die ze niet graag willen delen. Meestal zit het stiekem niet helemaal goed in mijn schilderijen. En dat doe ik in olieverf. Dat is mijn materiaal. Ik heb het ook wel met andere verf geprobeerd, acryl, pigmenten en ik heb zelf verf gemaakt. Ik werk nat-in-nat. Dan loop je met acryl dood, dat wordt veel te vlug droog. Alleen met olie is de soepele streek mogelijk die mij als schilder gelukkig maakt.’ Rembrandt en Frans Hals wisten dat ook al.


Niels Smits van Burgst: ‘Consuming art, London, National Gallery’, 200 x 350 cm, olieverf op linnen, 2014. 

Tekst: Jan Donia
Fotografie: Rick Messemaker 

Meer nieuws