22-09-16

‘Ik heb nergens spijt van, maar sommige dingen had ik niet moeten doen’

Alles wat John van Dijk als koopman aanpakte, veranderde in goud. Tot dat ene telefoontje. 5 juni 2013. ‘Pap, we zijn failliet!’ Zijn beide dochters hadden zelf het faillissement aangevraagd van zijn levenswerk: Mercedesdealer J. van Dijk & Dochters.

Daarmee begon een persoonlijk drama. Vooralsnog zonder grenzen. Pure stress nestelde zich in zijn grote lijf, waarop hij al te lang roofbouw had gepleegd. En Van Dijk is geen prater. Hij kan zijn ellende niet uiten, laat staan delen. Dus de stress doet zijn vernietigende werk intern. Vijftien ziekenhuisopnames, een open-hart-operatie, een uitbarsting van suikerziekte, slecht functionerende nieren, een bloedvergiftiging, een beroerte en een tot op het bot geïnfecteerde voet vormen het voorlopige resultaat.

De amputatie van het rechter onderbeen volgt binnenkort. 29 pillen en 5 injecties per dag houden John van Dijk nu enigszins overeind, inclusief medicatie om het humeur dragelijk te houden. ‘C’est la vie’, zegt hij er zelf over. Hij kan alleen nog huilen om het gemis van zijn kinderen en kleinkinderen.

In juni 2013 werd het faillissement van J. van Dijk & Dochters uitgesproken

‘Terwijl het níet nodig was. Ik weet 100 procent zeker dat ik het had gered. Het reddingsplan was klaar. Ik kon het pand met de inventaris voor vijf miljoen euro terugkopen. RTC/RMC wilde dat financieren. Dan konden we verder als reparatiebedrijf. Met de 600 taxi’s van de RTC hadden we dan een goede basis gehad. Maar ja, ik dacht als koopman. M’n hele leven gedaan, m’n hele leven geld mee verdiend. Die accountants, banken en curatoren denken alleen maar formeel. Niet hoe je praktisch een bedrijf kan redden en de mensen aan het werk kan houden.’

ING was de huisbankier van John van Dijk. Al sinds 1967

‘Nee, niks! De ING hoefde niks te laten vallen! Ik heb aangeboden alle schuld over te nemen, dat was onderdeel van het plan. Er was ook helemaal geen vordering van zestien miljoen euro. Dat was misschien wel het rekening-courantbedrag, maar ik had debiteuren, een voorraad, het pand. Dan was er misschien een klein tekort overgebleven. En daar had ik een regeling over willen treffen.’

Maar na 45 jaar was de ING klaar met Van Dijk

‘Ze wilden niet meer met mij praten. Alleen nog met m’n dochters. Formeel klopte dat wel. Ik had in 1997 mijn aandelen aan ze overgedaan. Formeel had ik geen positie in het bedrijf, niet als aandeelhouder, niet als directeur. Maar feitelijk ben ik altijd de baas gebleven van het automobielbedrijf. Zo zag iedereen het. Ook de bank. Een jaar daarvoor werd ik bij een bijeenkomst van Mercedesdealers in Ahoy nog op het podium gehaald door Bastiaan van der Knaap, de directeur van ING Rotterdam. Als ouwe rot in het vak, die voor elk probleem een oplossing wist.’

‘Dat faillissement was nergens voor nodig, ik weet zeker dat ik het had gered’

Eigenlijk begon de ellende in 1990 met het overlijden van Beppie, de vrouw van John

‘Zo’n lieve vrouw. We waren elkaars jeugdliefde. Ze kreeg kanker.
Ik kreeg het op mijn verjaardag te horen. 26 januari 1990. Nog een half jaar te gaan, misschien een jaar. Ik heb toen tegen de dokter gezegd dat ik het haar zelf ging vertellen. Maar dat heb ik steeds maar uitgesteld. Ik dacht: “Als ik het vertel, is het over.” Op 28 mei van dat jaar waren we 25 jaar getrouwd. Daar leefde ze helemaal naar toe, dat wilde ik haar niet afnemen. We hebben veel gereisd in die periode. De Côte d’Azur. Dat vond ze heerlijk. Dat zilveren huwelijk hebben we groot gevierd. In Formentor, daar waren we ook getrouwd. Dat was ook het afscheidsfeestje van Beppie.’

Toen is het gebeurd

‘Na de bruiloft zei de dokter: “Je moet het nu echt vertellen, anders doe ik het.” We reden weg bij het Sint Franciscus Ziekenhuis. Voor het stoplicht bij de Gouden Snor heb ik het verteld. Daarna werd het heel moeilijk…

Op 28 juli is ze overleden. Ik sliep bij Beppie in het ziekenhuis, maar ik zeg op een morgen om zeven uur: “Ik ga even naar huis om schone kleren te halen.” Toen is het gebeurd. Een heel fijne vrouw. Die heeft heel wat van mij geslikt.’

‘Er is voor mij maar één vrouw geweest, dat is Beppie’

Alleen op zondag

‘Beppie heeft thuis altijd alles geregeld. Ik was er alleen op zondag, die was voor haar. En elk jaar een maand op vakantie. Ik weet nog dat ik een keer werd gebeld op Eerste Kerstdag. Een Arabier. Die landde op Schiphol en wilde auto’s kopen. Ik naar de zaak. Beppie vroeg of ik gek was. Maar ik zei: “Misschien wil die meneer wel wat kopen.” Uiteindelijk heeft hij alles gekocht wat ik in de showroom had staan. Helemaal leeg! Prettige Kerstdagen!
Toon Hermans kwam een keer een auto kopen. Zaterdagmiddag kwam hij ‘m ophalen en zondagmorgen om vijf uur ging hij weg. Dus ja, het liep allemaal wel eens uit. Lieve man was dat, Toon! Na het overlijden van Beppie stuurde hij me nog een gedicht. Dat heb ik altijd bewaard. Zíjn vrouw overleed dat jaar ook aan kanker.’       

Zonder Beppie was alles anders

‘Het was leeg. Het huis. M’n leven. Ik kon m’n draai niet meer vinden. Ik was nog geen 50 toen het gebeurde, dus ik heb daarna natuurlijk ook nog wel verkering gekregen. Maar het ging me allemaal snel vervelen. Je vindt toch nooit meer wat je bij je jeugdliefde vond.’

Naar Monaco

‘Ja, als jij het me nu vraagt, ik weet zelf eigenlijk ook niet waarom ik dat heb gedaan. Voor Beppie en mij was de Côte d’Azur ons tweede thuis. We waren er elke zomer. Dat voelde altijd goed. Er zat een vriend van me in Monaco. Die zei: “Kom ook lekker hier wonen!” Toen heb ik het gedaan. Dat is in veel opzichten heel comfortabel, maar zakelijk gezien was dat één van de dingen die ik nooit had moeten doen.’

Het bedrijf ontglipte me

‘Ik heb er altijd bovenop gezeten. Was er elke dag om zeven uur. En ik was ’s avonds de laatste die weg ging. Zes dagen per week. Ik zag alles, wist alles en kon altijd alles verantwoorden. Totdat ik naar Monaco ging dus. Er was altijd contact, soms wel 30, 40 telefoontjes per dag. Maar het was anders. Er ging bij ons best veel contant geld om. Ik weet 100 procent zeker dat er vroeger nooit is gepikt door m’n eigen mensen. Door niemand niet! Maar ik weet ook zeker dat het later wel is gebeurd. Maar ja, als je het niet ziet…’

“Ik heb meer dan 25.000 Mercedessen verkocht. En jullie?”

En er ontstonden problemen

‘We hebben altijd met iedereen zaken gedaan. Ook met ondeugende jongens, om het zo maar te zeggen. Daar heb ik nooit geheimzinnig over gedaan en ik heb er ook nooit problemen mee gehad. Ik sprak ook de taal van díe klanten. Maar ook dat liep anders toen ik er minder was.’

De constructie via de leasemaatschappij

‘Die jongens kwamen dan auto’s kopen, maar die wilden ze niet op hun naam. Dat snap je wel hè? Dan deden ze een aanbetaling van ongeveer 30 procent en gingen dan via onze leasemaatschappij in die auto rijden. Met wat voor kleur geld ze die aanbetaling deden, heb ik nooit gevraagd. Dat doen ze bij Albert Heijn ook niet. Die 30 procent bleef het hele contract open staan. Zo had ik mijn zekerheid als er iets mis ging. Alleen, toen het faillissement werd uitgesproken, waren we allebei dat geld kwijt. Een paar mensen willen dat nog steeds van me terug hebben.’

Later kwam de meldplicht

‘Vanaf 2001 moesten we als autohandelaren dit soort ongebruikelijke transacties gaan melden. Dat hebben we ook altijd gedaan. In al die jaren is dat één keer fout gegaan. Toen ben ik eigenlijk mee gegaan met een klant, die de melding wilde uitstellen tot zijn nieuwe boekjaar. Daar heb ik een boete voor gekregen: 19.000 euro. Verder nooit een probleem gehad, maar die ene keer stond wel met zúlke koeienletters in de krant.’

Mercedes Nederland ging zich roeren

‘Misschien dat dit soort dingen hebben meegespeeld, maar voor mij kwam het als een complete verrassing, dat ze in november 2011 het dealership kwamen opzeggen. Ik zie ze nog zitten, met de hele directie. Flapdrollen. Ja, dan ben ik ook scherp hoor. “Zonder dat visitekaartje van Mercedes in je zak, zijn jullie helemaal niks”, zei ik. “Ik heb meer dan 25.000 Mercedessen verkocht sinds ik officieel dealer werd. De rest tel ik niet eens mee. En jullie?”’

‘Het móest gewoon kapot en hij heeft zich laten betalen om dat te doen’

Afrekening

‘Misschien was het ook een soort afrekening. Kijk, ik werd officieel dealer in 1974. Maar toen importeerde ik al ongeveer 1.500 auto’s per jaar, buiten Mercedes om, terwijl zij er hier in totaal 9.000 per jaar verkochten. Dus ik kwam al een beetje buitengewoon binnen en dat ben ik in die dealerorganisatie altijd gebleven. Als ik bepaalde wagens niet kon krijgen of het duurde me voor de klant te lang, regelde ik het gewoon zelf. Ik sprak hun taal niet. Ik ben een koopman. Ik wil verkopen. Maar zij lieten iemand rustig vier maanden wachten op een auto.’

Maar ze wisten overal van

‘Eigenlijk mocht je alleen aan eindgebruikers leveren, maar ik verkocht gewoon aan iedereen over de hele wereld. Dat meldde ik ook gewoon. Er zijn jaren geweest dat er in Nederland 1.000 S-modellen werden verkocht en dat ik er 750 deed.

Dat zat ze natuurlijk nooit lekker. Maar ja, ik verkocht die auto’s wel. En daar poetsten zij hun verkoopcijfers ook mee op. Bijna 40 jaar lang. Ze wisten overal van en hebben alles geaccepteerd omdat we qua verkoop altijd goed scoorden.’

Bij de ING was er veel veranderd

‘Eind 2012 ging het ook mis met de ING. Ja, dat heb ik ook gelezen in het verslag van de curatoren dat ik toen pas zou hebben verteld dat Mercedes al een jaar eerder het dealership had opgezegd. Maar ze wisten het wel! Ze wisten het gewoon.

Kijk, in die periode is er bij banken natuurlijk veel veranderd. Ik kon ze vroeger gewoon bellen dat ik voor een miljoen aan auto’s kon kopen en dan vroegen ze alleen maar of ze er wat aan konden verdienen en wanneer ze het geld terug hadden. Dan maakten ze het geld over en was er soms achteraf nog een formuliertje. Ik noemde mijn contactpersoon “Ome Kees”. Hij deed al zaken met m'n vader. Zo kon het allang niet meer, dat snapte ik ook wel. Maar op het hoofdkantoor van de ING wilden ze achteraf recht praten wat in de nieuwe situatie krom was. Maar daar waren ze zelf deelgenoot van geweest. Dus dat kon alleen maar door te liegen.’

‘Ik hoop vooral dat ik m’n kinderen en kleinkinderen snel weer zie…’

De interim-manager

‘Dat liegen konden ze natuurlijk niet zelf doen. Daar kwam die interim-manager voor. Het zat vanaf de eerste seconde fout tussen ons. Een blitser. Kapsones. En inderdaad: liegen, liegen, liegen. Ik zat toen al 45 jaar bij de ING. 45 jaar! Die mensen wisten precies hoe het er aan toe ging én dat ze er altijd geld aan hadden verdiend. Die man heeft me zó gekrenkt. En hij kreeg er 2.000 euro per dag voor, ook als hij er op zo’n dag maar twee uurtjes was. Het móest gewoon kapot en hij heeft zich laten betalen om dat te doen.’

En de dochters moesten ook mee

‘Mijn dochters hadden alle aandelen van het hele bedrijf. Ik heb ze die in 1997 voor één euro verkocht. Zij kwamen onder druk te staan, tussen twee vuren in. Zo van: “Als jullie nou zorgen dat je vader opsodemietert, dan laten wij het bij het faillissement van het automobielbedrijf en kunnen jullie gewoon verder met de taxi-onderneming.” Ik was in die periode behoorlijk over m’n toeren, dat geef ik eerlijk toe. Dus die meiden zeggen: “Pa, ga jij nou terug naar Monaco, anders maken ze ons taxibedrijf ook nog kapot.” Ik naar Monaco. Maar ik was er een week of zo toen ze belden: “Pap we zijn failliet!” Ze hadden zelf het faillisement van ons automobielbedrijf aangevraagd. Voor mijn gevoel was ik toen alles kwijt wat me echt wat waard was: m’n dochters en m’n levenswerk…’

Shirley

‘Ik weet nóg niet hoe dat nou precies is gegaan. Ik heb het er nooit meer met ze over kunnen hebben. M’n jongste dochter wilde me niet meer zien. Dat kan ik echt helemaal niet handelen. Dat had ik nooit verwacht. Ze is in haar doen en laten precies m’n vrouw… Ik blijf het wel proberen. Met haar verjaardag heb ik nog rozen gestuurd en haar gebeld. Dan hoor ik wel haar stem, maar zo’n gesprek duurt dan  een halve minuut of zo. Ik weet echt niet wat ik misdaan heb, voor mijn gevoel heb ik haar altijd alles gegeven. Maar als er wat is gebeurd, daar kan ik toch nooit levenslang voor krijgen..?’

Mandy

‘M’n oudste dochter heb ik nog wel kunnen vragen wat er nou precies aan de hand is, maar zij zei: “Pappa, ik wil er niet over praten.”

Dan komen de tranen…

‘Ik heb vier kleinkinderen. Dat ik die niet zie, dat doet me nu het meest zeer. Daar ben ik ook goed voor geweest. Heel goed. Ik deed alles voor die kinderen. Maar ook al was dat niet zo, ik ben hun opa. Ik weet niet wat ik verkeerd heb gedaan. Ik moet altijd bellen, maar dan spreek ik ze wel. Dat is wel mooi! Gisteren de oudste nog, die is over naar zes vwo.’

75e verjaardag alleen ‘gevierd’

’75 jaar, dat is toch een mijlpaal. Toen hebben ze wel gebeld, gelukkig. Maar dan hoop je toch ook de hele dag op dat telefoontje van Shirley. Mijn vriendin moest op die dag plotseling naar Nederland omdat haar vader overleed. Ja, en dan zit je daar alleen, terwijl vroeger…’

Leven en laten leven

‘Ik heb heel veel geld verdiend, maar iedereen in mijn omgeving heeft mee mogen genieten. Zeker m’n gezin. Ik heb ze m’n bedrijf gegeven, m’n huis voor een derde van de waarde verkocht, ze geholpen in hun zaken. Ik weet wel dat dat allemaal om geld en spullen gaat, maar ik wilde er ook wat mee zeggen…’

Er blijven weinig vrienden over

‘Heel weinig. Ik heb zo veel mensen geholpen. Zó veel. Waar zijn die nu dan? Lee Towers heb ik in zijn beginjaren heel grof gesponsord, zodat hij zijn carrière kon opbouwen. Dat is wel aardig gelukt, geloof ik. Nu zegt hij: “Ik kan hem niet bereiken.”’

De club van zes miljoen

‘Dat is ook één van de dingen die ik nooit had moeten doen. Ik had de toenmalige man van m’n oudste dochter geholpen met de financiering van Tropicana. Dat is toen heel goed gegaan. Dat liep als een trein en hij heeft alles keurig terugbetaald. Toen kwam hij met het volgende plan. Een nachtclub in Monaco, waar ik toen al woonde. Hij de organisatie, ik 90 procent van de financiering.

Mijn vriend is het nooit geweest, maar m’n dochter hield toen van hem. En hij is de vader van m’n kleinkinderen. Bovendien was het de eerste keer heel goed gegaan. Maar nu draaide het er op uit dat ik daar zeven dagen in de week zat, van ’s middags vier uur tot ’s ochtends zeven uur. Ik was 67, het was mijn vak niet, ik sprak de taal niet. Helemaal fout gegaan. Dat heeft zeker zes miljoen gekost.’

Mijn eigen geld gemaakt

‘Ik heb m’n geld zelf gemaakt. Op m’n dertiende jaar ben ik begonnen als koopman. Stond ik elke woensdag en zaterdag op het Noordplein in postzegels te handelen. Later ging ik hele partijtjes opkopen. Op m’n achttiende had ik 20.000 gulden bij elkaar gehandeld. In 1959! Nee, niet op de bank, dat bewaarde ik thuis. En als ik ging dansen, deed ik zo veel mogelijk in m’n kontzak natuurlijk. Later ging ik op zondag kroketten verkopen in de Kuip. Zo’n grote bak voor m’n buik. Vijf cent winst per kroket. En ondertussen studeren. MULO, Praktijkdiploma Boekhouden, MBA, SPD. Ik wilde graag accountant worden, dat vond ik mooi!’

Minderjarige procuratiehouder

‘Ik ben begonnen bij de Twentsche Bank, als kassier. Ja, daar zie ik achteraf ook wel de humor van in. Toen ben ik bij Voigt & Co gaan werken. Daar werd ik op m’n twintigste procuratiehouder, op 1 januari 1962. Ik mocht de eerste 26 dagen niet tekenen omdat ik nog minderjarig was. 2000 gulden bruto per maand hè! Ze betaalden naar functie, of je nou twintig was of zestig. En een Kevertje van de zaak. Maar toen kreeg ik ruzie en wilde weg. Er verdween daar geld en daar wilde ik niet voor tekenen. Die baas daar dacht: “Dat doet hij nooit”, maar ik ben gewoon gegaan. M’n vader werd krankzinnig. Helemaal toen ik zei dat ik bij hem op de taxi wilde. Maar toch doorgezet en binnen twee maanden had ik zelf twee taxi’s.’

Taxibedrijf J. van Dijk & Zoon

‘Toen zijn we samen verder gegaan. Namen we andere bedrijfjes over. Zo groeide het snel.

En hard werken hè. Gewoon zo veel als je kon. Alleen de zondag niet. Nou ja, soms wel natuurlijk. Twaalf, veertien, zestien uur per dag. Nee! Nooit moe! En altijd met plezier!

Op een gegeven moment hadden we 120 Merdedes-taxi’s rijden. Die haalde ik uit Duitsland. Voor de vervanging van onze eigen auto’s, maar ik ging ze ook aan anderen verkopen. Dat liep zo op dat we uiteindelijk officieel dealer konden worden.’

Het faillissement is nog altijd dichtbij

‘75 man. Veel van die jongens hebben 30, 40 jaar voor me gewerkt. Dat zegt wel wat natuurlijk. Het gemiddelde was 27 jaar. Met sommigen heb ik nog wel contact, maar ik kan het eigenlijk niet. Voor mij is het een stuk van m’n leven, maar voor hen ook. We waren allemaal vergroeid met dat bedrijf. Dat doet me zeer. Ook dat ik geen afscheid heb kunnen nemen. Ik mocht er gewoon niet meer in.

Al m’n privéspullen, die nog op de zaak stonden, zijn gewoon verdwenen. M’n schilderijen. Voor 170.000 gulden gekocht. Wat hebben die curatoren daarmee gedaan dan?’

 

‘Afpersing’

‘Nou wil ik nog één ding eerlijk kwijt. De omgang met onze ondeugende klanten had ik niet goed meer onder controle, zei ik net. Dat is in één geval uit de hand gelopen. Misschien is afpersing te zwaar gezegd, maar er is me toen op een amicale manier geld afgenomen, om het zo maar te zeggen. Door mensen waar ik al heel lang mee om ging. Dat ging om één miljoen. Die heb ik uit de zaak gehaald. Die gasten hebben er wel voor moeten tekenen, maar ik heb ze toen moeten beloven dat het buiten de boeken bleef. Dat had ik gewoon niet mogen doen. Ik geef eerlijk toe dat ik altijd creatief ben geweest, ook in de boekhouding, maar ik boekte wel alles. Achteraf gezien is daar een hoop ellende door ontstaan, ook in de beoordeling van de jaarrekeningen. Ik heb dat miljoen nooit goed kunnen verantwoorden.’

De toekomst…

‘In september moet mijn onderbeen er af, maar eerst moet ik nog twintig kilo afvallen om die operatie en de revalidatie goed door te kunnen komen. Eigenlijk moet ik er blij mee zijn. Dan ben ik van de pijn af en met een prothese kan ik veel beter lopen dan nu. Maar het is gewoon een moeilijk idee, je been eraf. En ik vind het rot voor m’n vriendin. Die heeft echt m’n leven gered. Anders was ik al lang dood geweest. Toen met die hartoperatie had ik het zonder haar echt opgegeven. Er is voor mij maar één vrouw geweest, dat is Beppie, maar ik heb zó veel steun van haar gehad.’

Die ene vraag

‘Dat spookt natuurlijk elke dag nog door mijn hoofd: “Waarom hebben ze me allemaal nou zó laten vallen?” Na zo veel jaren, na alles wat je samen hebt meegemaakt, na alles wat het je heeft gebracht. Ik heb het allemaal op mijn manier gedaan, dat is waar. Maar iedereen om me heen wist hoe ik het deed. Daar zijn best wel eens stevige dingen over gezegd, maar iedereen profiteerde mee en bleef het accepteren.

Maar goed, c’est la vie. Ik hoop vooral dat ik m’n kinderen en kleinkinderen snel weer zie…’

 

TEKST: FRANK VIJG
FOTOGRAFIE: FERDY COLLEWIJN

Friends in Business bedrijft geen onderzoeksjournalistiek. Dit is het verhaal van John van Dijk. Zíjn verhaal. Een monoloog van een grote Rotterdamse Koopman, in een context die te complex is om maar één waarheid te bevatten. Wel hebben we bij een aantal deskundigen en betrokkenen getoetst of het allemaal zo zou kúnnen zijn verlopen. Daarop is bevestigend geantwoord.

 

Meer nieuws