23-10-14

‘Ik zoek naar de rationale van alles’

Hij is de man die het Formule 1-geweld naar Rotterdam haalde met het unieke concept City Racing. Die recentelijk skûtsjes uit de Friese meren haalde om ze op de Kralingse Plas te laten strijden. En hij is de man die we kennen als veelvuldig deelnemer aan de Dakar Rally. Daar gaat dit verhaal allemaal niet over. Waarover dan wel? Over de man zelf: Herman Vaanholt.

Zo ben je nog in hartje Rotterdam, zo betreed je een andere wereld. Dit decor, aan de Kralingseweg, is verrassend. Rust is er bijna tastbaar, met dank aan de natuurlijke, groene invloeden. De drukte van Rotterdam lijkt oneindig ver hier vandaan, maar dat is schijn. Een imposant huis doemt op. Het is beroemd, onder meer dankzij talrijke publicaties en de vrij recent verkregen monumentale status. Het is een creatie van Huig Maaskant, de beroemde architect. Zijn creatieve signatuur verklaart iets van de bekendheid van het huis. Het andere deel komt voor rekening van een vroegere bewoner: havenbaron Anthony Veder. Hij was het die Maaskant, na het ontslaan van zijn eerste architect, de opdracht tot ontwerp gaf. Hij was het die besloot om een wat merkwaardige scheepsdeur, een geschenk van een Spaanse relatie, te verwerken in een gemetselde buitenmuur. Maar ook dat de bijkeuken, vanwaar het eten werd uitgeserveerd, een blinde muur moest krijgen. Zodat het personeel niet de tuin in kon kijken. Diezelfde Anthony Veder eiste dat het huis op een, constructief gezien, te laag grondniveau werd gebouwd. Dat de waterstand en veengrond het rechtvaardigden om een halve meter hoger te bouwen – waar de aannemer dan ook voor koos – vond hij onacceptabel. Woedend was hij. De aannemer kreeg de opdracht het gestorte beton een halve meter af te zagen. Zo geschiedde.
 
Herman Vaanholt verhaalt er enthousiast over. Honderduit kan hij praten over het huis dat hij vijftien jaar geleden via een openbare inschrijving kocht. Over hoe diep beledigd architect en eigenaar waren toen Rotterdammers het de bijnaam “station Rotterdam-Noord” gaven. Een subtiele verwijzing naar het, zeker voor die tijd, minimalistische ontwerp. Vaanholt: ‘Beton kun je afzagen als het echt moet, maar de mening van de man op straat verander je niet.’
Vaanholt smult van de historie en gaat ver in zijn respect. In de werkkamer vond hij eens een geheim opberghokje, toebehorend aan de havenbaron. Daarin trof hij Cubaanse sigaren en enkele “ondeugende” boekjes uit de jaren vijftig plus daaraan gerelateerde Parijse plattegronden. Vaanholt keek ernaar, liet het door zijn handen gaan en legde het terug. Om het vervolgens nooit meer aan te raken. Hoort bij de geschiedenis van het huis. Daar blijf je af.
Net als de blinde muur, die hij heeft gehandhaafd. En de uitserveerkeuken. En zelfs de hoofdkeuken die weliswaar is vernieuwd maar is ingericht als professionele keuken. ‘Het is geen woonkeuken en best onpraktisch. Misschien vervangen we het nog eens. Misschien ook niet.’
 
 
Maar, zijn respect slaat niet door. Vaanholt is financieel enigszins in de voetsporen getreden van Veder, maar een hofhouding treffen we hier niet aan. Hij zou er niet aan moeten denken. De schoonmaker komt één keer per week, dat wel. De tuinman komt één keer per maand voor een vastgesteld aantal uren. Dat is te weinig voor een tuin met voetbalveld-afmetingen en een grote vijver. ‘Ik vind het genoeg’, zegt Vaanholt. ‘Ik maai zelf het gras en pak dingen aan. Ik laat de tuinman altijd kiezen wat hij wil doen. Alles onderhouden is onmogelijk in dat aantal uren. Meer tijd geef ik hem niet en dat is een bewuste keuze. Het moet ook z’n natuurlijke uitstraling behouden. En wat betreft het schoonmaken… Ik zou als ik jou was niet overal mijn vinger langs halen. Mij stoort het niet.’
 
Statement
Als buitenstaander kun je het een statement noemen. Want, zonder het historische respect te verliezen, is dit ook zijn huis geworden. Meer dan dat zelfs. Dit “station Rotterdam-Noord” is toch vooral domein van Vaanholt en zijn vriendin. Niet van Veder. Natuurlijk, die scheepsdeur blijft. Ook dat is onderdeel van Vaanholt, die nostalgie op waarde weet te schatten. Maar hij heeft er, als liefhebber van de moderne kunst, zijn eigen karakter aan toegevoegd. Het staat vol met kunstwerken. Werken aan de muur, beeldhouwwerken die de aandacht trekken en foto’s die zich niet met elkaar laten vergelijken. De variëteit valt op. Hij lijkt geen uitgesproken smaak te hebben. Ook dat is schijn. Alles wat hier staat of hangt, voldoet aan twee eisen: 1) hij vindt het mooi en 2) hij vraagt zich af waar hij eigenlijk precies naar kijkt. ‘Ik ben op zoek naar de rationale van alles. Er zit altijd een verhaal achter. Zoals bij een foto. Een fotograaf als Pieter Hugo doet dat prachtig. Eén van zijn beste vrienden heeft zijn gezicht vol tatoeages. Je lacht je rot als je het ziet. De man heeft een roze overhemd aan. Maar als er volgens mij nou iets anti-gay is, zijn het wel al die tatoeages in z’n gezicht. Je voelt overhemd en gezicht conflicteren. Dat intrigeert me. Een tatoeage op zo’n plek is heftig. Dat is een wel heel uitgesproken mening. Het is niet mijn keuze, maar het zet me aan het denken. Waarom doet iemand dat? Ik respecteer z’n keuze.’
 

'Alles is een nuance op de eerste keer' 

 
‘Dat heb ik ook met een aantal werken uit Nigeria. Er zit een groot verhaal achter. Omdat ik zelf een jaar in Nigeria hebt gewerkt, komen de situaties en personages me bekend voor. De fotoserie Permanent Error heeft ook zo’n verhaal. In die serie zijn foto’s geschoten van mensen die wonen op een grote vuilnisbelt in Ghana. Zij trekken koperdraad uit oude computers. Dat tonen de foto’s, maar is dat het verhaal? Die computers komen bij de welvarende landen vandaan en belanden daar op de vuilnisbelt. Het koperdraad erin, is de enige waarde. Dat is de twist in zo’n situatie. Wij weten zo goed hoe het allemaal moet in de wereld, vanuit ons perspectief gezien. Als je onze wereld uit gaat en je kijkt eens rond in een andere, zie je een andere werkelijkheid. Een andere waarheid ook.’
 

 
Vaanholt, eind 2013 toegetreden tot de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, laat ons een immense strandfoto zien. De foto is gemaakt vanaf een zelfgebouwde stellage. Dat trok veel bekijks bij de vele strandgasten, legt hij uit. Pas toen fotograaf Massimo Vitali na dagen in de strandsetting was geïntegreerd en niemand nog aandacht aan hem schonk, maakte hij zijn beelden. Op de foto is er niemand die naar hem kijkt. Vaanholt: ‘Schitterend. Die foto’s zijn vijf- tot achthonderd MB groot; alles en iedereen is scherp. Elke keer zie ik weer nieuwe mensen die met andere dingen bezig zijn.’
 
Nieuw. Het is een woord dat hij veel uitspreekt. Dat is geen toeval. Herman Vaanholt is er altijd naar op zoek. Hij staat open voor een nieuw kunstwerk, maar ook voor een nieuw inzicht in een bestaand. Zijn kunstpassie is een afspiegeling van zijn karakter. ‘Mijn uitdaging is dat ik altijd iets nieuws wil doen. De allereerste keer vind ik machtig. Dat heb ik ook met skûtsjesilen. We kunnen voor volgend jaar alles verzinnen, maar alles is een nuance op de eerste keer. Het wordt nooit meer zo baanbrekend. Dat vind ik jammer. Ik moet oppassen dat het geen werk wordt. Dan verlies ik mijn interesse.’
 
Pionieren ligt hem. Iets creëren uit het niets, vindt hij prachtig. Het maakt hem een ondernemer pur sang. Zelf ziet hij het anders. Hij geeft een voorbeeld. Voor hij toezegde om aan dit interview mee te werken, verzocht hij een aantal eerder verschenen interviews in deze rubriek te lezen. Dat werden de artikelen met de succesrijke ondernemers Cees de Bruin en Robin Bravenboer. Vaanholt: ‘Zij zijn bezig hun ondernemerschap groter te maken of in de diepte uit te breiden. Hartstikke knap, maar ik heb dat niet. Ik vind mezelf best ondernemend, maar ben niet vaak commercieel bezig. Ik ben er wel goed in om mensen en dingen te koppelen, maar is dat commercieel of creatief? Ik vind het leuk ondernemend te zijn, maar het heeft vaak niets met geld te maken. Zoals het skûtsjesilen. Geld verdienen interesseert me ook niet. Het zou leuk zijn als het kostendekkend is. En ik heb liever dat het me geen geld kost. Mijn geluk zit ‘m in het leveren van de input om zoiets van de grond te krijgen. Gewoon doen! Hoe minder kennis je hebt, hoe makkelijker het gaat.’
 
Die instelling past hij nu ook in Oeganda toe, waar hij met een Nigeriaanse vriend huizen laat bouwen. Het duurde twee jaar voor de eerste steen werd gelegd. Ze zijn toe aan de tweede aannemer en tweede architect. Dat hoort erbij, zegt Vaanholt. ‘Ik vind het leuk te ervaren, te leren hoe het elders in de wereld gaat. Ook hier geldt: 
aan het eind van de rit hoop ik dat het me geen geld heeft gekost.’
 

'Als ik op voorhand had geweten hoeveel loketjes er zijn waar je langs moet, was ik nooit aan de City Racing begonnen' 

 
In 2000 was hij in Nigeria voor Artsen zonder Grenzen in de Nigerdelta. Hij was er om een bijdrage te leveren aan malariapreventie en -behandeling. ‘We moesten een basiskamp opzetten. Artsen zonder Grenzen heeft daar speciale emergency teams voor: specialisten met een medische en logistieke achtergrond die zoiets uit de grond stampen. Ik was er als assistent druk bezig met het  overleggen met landlords, geld ophalen bij de banken en verdelen onder personeel en chauffeurs aannemen in een streek waar bijna niemand kon rijden. Later ben ik financieel coördinator in Lagos geworden. Dat was een bijzonder leerzame tijd. Daar, maar ook thuis. Omdat de vrienden die ik er maakte, later bij me op bezoek kwamen in Nederland. We reden van Schiphol richting Rotterdam. Waar is iedereen, vroegen ze me. “Het is zondag, dan is het niet zo druk op straat”, zei ik. Maar ze bleven doorvragen. Waarom liep er niemand op de snelweg? Het leven bij hen speelt zich af rondom de weg. Ze vonden het krankzinnig dat er geen mensen liepen. Waarom die boom daar stond? Weet ik veel, zei ik. “Maar ik zie geen vruchten.” Dat klopt, zei ik, want het is geen vruchtenboom. “Hoezo staat ‘ie er dan?” Ze begrepen er niets van. Het ging maar door. Toen ik ’s avonds een kaars aanstak, was er weer zo’n discussie. Ik had toch elektriciteit, waarom zou je dan een kaars aansteken? Een kaars gebruik je als er geen elektriciteit is. Geldverspilling, zeiden ze. Het was heel confronterend. Ik kreeg de gehele tijd een spiegel voorgehouden. Fantastisch.’
 
Met zijn nieuwe financiële positie (zie het kader op pagina 7) en inzichten groeide de reislust. Het bracht en brengt hem overal ter wereld. Elk kwartaal gaat hij naar Oeganda, voor het huizenproject. Maar toch ook om in de kroeg naar voetbal te kijken. ‘Of naar een restaurant, waar schreeuwerige televisies met veejays clips draaien. Kwam er laatst opeens een videoclip van Maywood voorbij, uit de jaren zeventig. Daarna de Hermes House Band. Zit je in Oeganda! Echt surreal!
 
 
‘De manier van denken en doen is overal zó anders. Alsof je hier iemand mee uit eten krijgt naar een restaurant waar die televisies tegen je schreeuwen. Daar is het onderdeel van de samenleving. Ander voorbeeld: zij hebben veel minder regeltjes. Als ik op voorhand had geweten hoeveel loketjes er zijn waar je langs moet, was ik nooit aan City Racing begonnen. Wij hebben tien keer meer regels dan het eerste het beste Afrikaanse land. Wij, in Nederland, leren elkaar steeds meer aan om binnen de regeltjes te denken. Dat slaat de creativiteit uit individuen.’
 
Begrijp hem niet verkeerd; dit is geen aanklacht richting Nederland. Hij kan alleen niet tegen de vooroordelen. Dat wij het hier altijd zo goed weten. Maar ondertussen… ‘In Afrika of Azië is ook genoeg mis in de maatschappij. Ik verklaar het niet heilig, maar onze maatschappij is dat ook niet. Er is ook een andere manier van denken. Een andere waarheid. Het is niet dat wij de waarheid in pacht hebben. Dat denken we te vaak.’ 
 
Toch is Nederland zijn land en Rotterdam zijn stad. Hij groeit op in Lonneker onder de rook van Enschede, waar zijn ouders keihard werken om de kinderen te bieden wat voor henzelf, als oorlogsgeneratie, niet is weggelegd. Zo kunnen Herman en zijn zussen studeren. Het brengt hem, via Nyenrode, op de Erasmus Universiteit. Hij wordt verliefd op Rotterdam. Hij internationaliseert, maar de liefde voor Rotterdam is blijvend. ‘Mijn vader heeft heel zijn leven gewoond waar hij geboren is. Hij kwam vaak en graag naar Rotterdam, maar ging ook graag weer terug. Ik kan niet meer terug en in de beperktheid van een dorp leven. De tijd waarin we leven, en de mogelijkheden die eraan gekoppeld zijn, bepalen mede wie je bent. Ik heb inmiddels ongelooflijk veel gezien. Ik heb overal gelachen, geleerd en me verbaasd. Dat blijf ik doen. Maar ik zou nergens liever wonen dan in Rotterdam. Dit is mijn enige thuis.’
 

De zilvervloot

Het is 2000. Herman Vaanholt is eind dertig en plotsklaps een gefortuneerd man. Dankzij de beursgang, die hem financieel onafhankelijk maakt en een nieuwe manier van leven faciliteert. Eén die het hem vanaf dan mogelijk maakt om te zeggen dat "negen van de tien dingen die ik doe niks met geld te maken hebben". Dankzij ondernemersinzicht en, geeft hij grif toe, wat geluk.
 
Zijn carrière als ondernemer start een decennium eerder. Hij is drie jaar management trainee bij Mobil Oil als zich een kans voordoet. De afdeling waar hij werkzaam is, verantwoordelijk voor klantcontact in de breedste zin van het woord, wordt opgedoekt. Het is niet de core business. Dat is benzine en olie verkopen. De activiteiten van Vaanholt en zijn afdeling worden uitbesteed. Vaanholt en compagnon Vincent van Zon grijpen de kans en scoren Mobil Oil als eerste opdrachtgever. Ze starten een bedrijf in direct marketingservice. 'Nu zou je het een callcenter noemen', zegt Vaanholt. 'Wij verzorgden de klantcontacten met hun klanten. We namen niet alleen de telefoon op, maar hielpen ook als iemand z'n pasje kwijt was of ging verhuizen.'

Binnen een mum van tijd groeit het klantenarsenaal. Dit is new business. Maar er komen zorgelijke geluiden uit de Verenigde Staten. Daar zijn drie vergelijkbare bedrijven naar de beurs gegaan. Met het geld dat het hen oplevert, zijn ze voornemens om in Europa voet aan de grond te krijgen. Een concurrentiestrijd en omzetdaling ligt in het vooruitzicht. 'We hadden schaalgrootte nodig om concurrerend en onderscheidend te zijn. We laten ons overnemen of we gaan overnemen, dat was de keuze', zegt Vaanholt.

Project Support, het bedrijf van Vaanholt en Van Zon, gaat in 1996 samen met SNT. Plots werken er zevenhonderd man. Vaanholt en Van Zon komen in de holdingdirectie en focussen zich op IT-klanten en ondersteunen bedrijven als Apple en Microsoft op Europees niveau, terwijl SNT meer gericht is op consumentenacties en fundraising. Binnen een jaar is er meningsverschil met de raad van commissarissen van SNT. Vaanholt en Van Zon komen een vertrekregeling overeen. Onderdeel van de package deal is dat beiden mee gaan in de beursgang. Vaanholt is in Nigeria als hij in 2000 het nieuws verneemt.

 
Tekst: Bas Pronk
Fotografie: Vincent van Dordrecht

Meer nieuws