18-05-15

‘Kom maar op met ideeën en kritiek’

Joost Eerdmans is een politiek dier, maar wil de stad leiden als ondernemer. Zijn grondbeginsel: kan niet, bestaat niet. Het coalitieakkoord ziet hij als businessmodel. En kritische geluiden en ideeën zijn er ter stimulans van zijn creativiteit en energielevel. ‘Want ik ben geen dogmaticus.’ Aan het woord: de Rotterdamse wethouder Veiligheid, Handhaving en Buitenruimte.

‘Rotterdam moet een laboratorium zijn voor de rest van Nederland.’ Het werd in mei 2014 al benoemd in het collegeprogramma “#Kendoe”. En die uitspraak horen we vandaag opnieuw, na exact vijftien minuten interview. Dat is niet verwonderlijk, want het symboliseert hoe de Rotterdamse politiek met haar stad en inwoners wil omgaan. Het moet resulteren in durf, succes en innovatie. ‘Dat bereik je door te experimenteren’, zegt Joost Eerdmans.

Maar je bereikt ook wat anders. Tegenslagen, of zelfs mislukkingen. Typisch Nederlands om daarop te focussen, zegt Eerdmans. Hij focust er zelf niet op, maar onderkent wel de aanwezigheid van de potentiële mislukking. ‘Anders zouden we ook nooit de laborato-riumvergelijking maken. Het gaat om geloven in succes en op je bek durven gaan. Met die houding kom je verder in het leven’, zegt hij.

Hij is een van de prominente stadsbestuurders die deze ondernemersmentaliteit uitdraagt. Vanuit #Kendoe en vanuit zijn intrinsieke motivatie en levensinstelling. ‘Wat ik in dit college van doeners merk, is dat mijn wens om aan te pakken door ons allen wordt gedeeld. Samen willen we Rotterdam uit de crisis halen. Dat blijft niet bij woorden. We gaan echt op volle kracht vooruit.’

Hij spreekt zijn woorden uit in zijn schitterende werkkamer. Comes with the job. Het locoburgemeesterschap heeft zo zijn voordelen. Als hij om zich heen kijkt, ervaart hij een overweldigende ruimte. Alleen beseft hij het zelden. De momenten dat hij zich de tijd gunt om stil te staan bij wat hij doet, zijn schaars. Daar moet hij zichzelf toe dwingen. ‘Dat is niet altijd goed’, zegt hij zelfkritisch. ‘Soms moet je stilstaan bij het moment om te beseffen hoeveel mooie dingen je doet. Ik heb dat wel op mijn bruiloft gedaan. Op die dag word je geleefd, maar ergens in het feestgedruis hebben mijn vrouw en ik een moment samen gepakt. Om te bezinnen, en elkaar te vragen: “Wat maken we nu samen mee?”’

Gisteren was er ook zo’n moment om bij stil te staan. De jongste in het gezin, de vijfjarige Douwe, kreeg pianoles van zijn trotse vader (‘hij wordt zonder twijfel de nieuwe Mozart’). Hij speelde zo goed dat vader en moeder in discussie raakten. Want, op wat voor drager moet je zoiets vastleggen? ‘We kunnen wel een filmpje of foto met de telefoon maken, maar die verdwijnt dan weer met de jaren. Dat soort momenten zijn belangrijk. Die moeten we koesteren voor de eeuwigheid. Dat dringt dan soms ineens tot mij en mijn vrouw door. Het leven gaat snel genoeg. Het is zonde als je onvoldoende geniet van het moment.’

Pim Fortuyn

Genieten van het moment is niet zijn kwaliteit. Past ook niet bij hem. Joost Eerdmans is een man die altijd richting toekomst denkt. Een man van problemen benoemen en oplossingen aandragen. Zijn werkkamer is prachtig, maar zijn echte werkdomein ligt buiten de muren van het gemeentehuis. Het was iets waar zijn politieke inspirator Pim Fortuyn – met boeken en een portret vertegenwoordigd in de kamer van Eerdmans – al op hamerde. Eerdmans: ‘Hij zei: “Dit is het poppenhuis.” Hier zetelt de politiek, hier zijn de commissies, raadsvergaderingen, gesprekken en het college. Je moet als wethouder oppassen dat je niet het stadhuis gaat besturen in plaats van de stad, zoals Dominic Schrijer dat zei. Die verleiding is groot, omdat het een wereld op zich is. Maar ik realiseer me terdege dat het hier allemaal goed loopt. Daarom ga ik veel naar buiten toe, de wijken in. Daar liggen de uitdagingen.’
 

'Het gaat om geloven in succes en op je bek durven gaan'

Die gaat hij vanuit de ondernemersgeest te lijf. Of: als een vooruitstrevende laborant. Hij is geen wethouder van de handrem. ‘Die mensen heb je absoluut nodig in de maatschappij. Je kunt niet altijd blind gaan. Maar als college moeten wij lef tonen. Bij een initiatief kun je tig redenen bedenken om het niet te doen. “PARK(ing) DAY” was een goed voorbeeld. Daarbij geven we met dit college, in navolging van onder meer San Francisco, één dag de parkeerplaatsen vrij voor buurtbewoners en ondernemers. Aan hen om er een creatief park van te maken. Ze kunnen erop recreëren, een terras op plaatsen, ondernemen. Noem maar op. Bij zo’n initiatief komt er kritiek. Maar dat is niet meteen reden om het niet te doen. In dit geval hebben we het gewoon een keer wél gedaan. Het pakte vervolgens goed uit. Dat succes tackelt de kritiek. Het is belangrijk dat de Rotterdammers ook zien dat het ons menens is. Als wij als college denken in beperkingen, dan stralen we dat ook uit richting de stad. Dan blijft Rotterdam op de handrem. Dat kan niet, want deze stad is voor harde werkers en brutale mensen. Dan zullen we ook wel eens mislukken in onze opzet. Maar je kunt pas slagen in het leven als je iets probeert.’

De handrem eraf. Het leidde tot PARK(ing) DAY. Tot “Right to Challenge”: een buurtrecht waarbij bewoners lokale voorzieningen kunnen overnemen wanneer zij denken het zelf anders en beter te kunnen organiseren. En tot de komst van een 150-koppige burgerjury, met als doel het beleid van het college te toetsen. Eerdmans is er blij mee. Die initiatieven hebben één doel: de stad teruggeven aan de bewoners. Daar hamerde Fortuyn al op, zegt Eerdmans. Het vergroot de zeggenschap van de bewoners en maakt het stadhuis tot “huis van de Rotterdammers”. Daarnaast leert de politiek zich kwetsbaar op te stellen. Eerdmans: ‘Als de mensen denken dat ze voorzieningen in hun wijk beter kunnen realiseren, dan juichen we dat toe. We hebben een gemeenteraad om ons te beoordelen, maar een burgerjury vult dat absoluut aan. Dan krijgen we ook meer kritiek. Prima, kom maar op. Laat de ideeën maar horen. Wij hebben een reservoir van 620.000 Kendoe-denkers: de inwoners van deze stad. Ik zit niet dogmatisch in elkaar. Ik sta er voor open om te worden beïnvloed. Dat verrijkt mijn visie. Ik raak ervan begeistert.’

Ondernemersmilieu

Het is een van de redenen dat hij zich graag in het ondernemersmilieu begeeft. Laatst was hij op bezoek in het innovatielab van Evert Jaap Lugt, de CEO van Nimbuzz. Of in populairdere bewoordingen: de nieuwe Mark Zuckerberg. Eerdmans: ‘Daar werken gastjes van all over the world. Ze proberen dingen, gaan ervoor. Als overheid kunnen we veel leren van die snelheid en durf. Dat soort momenten vind ik mooi. Ze werken bevestigend. Die mensen hebben we nodig in deze stad. Daar komen we mee vooruit.’

Dat geldt ook voor ondernemers op microniveau. ‘Ondernemers in algemene zin zijn bezig met vooruitgang, niet met behoud. Dat werkt altijd stimulerend. Ik kom met veel energie uit dat soort gesprekken. Maarten Struijvenberg is wethouder Werkgelegenheid en Economie, maar alle wethouders worden gedreven door de ondernemersgedachte. Ons coalitieakkoord is als een bijbel, het is ons businessmodel.’

'Ik houd niet van saaie gesprekken. Botsen geeft energie'

‘Net als bij ondernemers is het zaak om te focussen. Natuurlijk, je hebt de dagelijkse bedrijfsvoering. Ik heb zelf heel veel afspraken. Maar wat wil je bereiken? We kunnen niet na vier jaar zeggen: we hebben het druk gehad, maar slechts twintig procent van onze doelen gerealiseerd. Elk jaar halen we het coalitieakkoord erbij. Wat hebben we beloofd op het gebied van veiligheid, werkgelegenheid, onderwijs? We houden onszelf continu een spiegel voor. Daar is mijn team erg belangrijk bij.’

Timemanagement is cruciaal, zegt Eerdmans. Hij kan niet op elke uitnodiging ingaan. Dat zou een dagtaak betekenen. Wat hij wel kan, is elke e-mail aandacht geven. Vaak beantwoordt hij deze zelf, soms laat hij het aan zijn team. Hoe dan ook: er komt een antwoord. ‘Dat vind ik belangrijk’, zegt hij. ‘Als iemand de moeite neemt mij iets te vragen of me ergens op te attenderen, reageer ik. Er zijn politici die zeggen er geen tijd voor te hebben. Als volksvertegenwoordiger vind ik dat onacceptabel: daar hoor je tijd voor te maken. Ik spendeer er ongeveer een uur per dag aan. Gisteren kreeg ik een mail van een mevrouw die klaagde dat de hondenbelasting omhoog was gegaan. Ik heb beloofd dat de aanslag omlaag zou gaan. Dan moet ik antwoorden en schrijven dat die verlaging per 1 januari 2016 ingaat. Dat hebben wij blijkbaar niet duidelijk genoeg gecommuniceerd. Ik zou er niet goed van kunnen slapen als ik die mevrouw in de waan laat dat ik haar bedrieg of voorlieg. Het zou me raken als mensen zeggen: “Die Eerdmans zit op het pluche en komt z’n beloften niet na.”’

Zichtbare zorgen

Zijn werkzame leven wordt bepaald door externe factoren, zegt hij. Zo is het in de politiek en het bedrijfsleven. Dat Rotterdam internationaal aan de weg timmert, vindt hij prachtig. Dat de New York Times de stad benoemt als een must see en er in de Markthal ladingen toeristen rondlopen: prachtig. Maar daar zal je hem niet snel over horen. Die citymarketing is toevertrouwd aan Rotterdam Partners. Hij is wethouder van de zichtbare zorgen, zegt hij zelf over. Van de problemen (‘ik zeg liever uitdagingen’) waar de stad mee te maken heeft. ‘Ik ben ervoor om problemen op te lossen, niet om onszelf op de schouders te slaan bij goed nieuws. Problemen dienen zich aan. Dat kan over hondenpoep gaan. Over hangjongeren. Of zware veiligheidsvraagstukken als radicalisering. De aanslagen in Parijs hebben ons allemaal extra op scherp gezet. Hoe voorkom je dat de brandhaarden van de wereld in onze stad terechtkomen? Tegelijkertijd zijn we met een integratienota bezig: hoe houden we de stad één? Van segregatie naar integratie, met het overeind houden van onze moderniteit. Dat is een enorme opdracht. Gelukkig hebben we met Ahmed Aboutaleb een burgemeester die nationaal en soms zelfs internationaal de kar trekt.’

‘Ik vind niet dat ik stukken moet schrijven over wat er allemaal fantastisch gaat. Ik ben er niet om gebieden omlaag te praten, maar ik moet er wel naartoe. Omdat daar de uitdagingen liggen. Veiligheid promoot ik niet in een veilige wijk. Ik moet naar de mensen toe die de onveiligheid ervaren. Daar is de energie nodig.’
 

'Rotterdam moet van de handrem af'

Het past bij zijn wethouderschap en persoonlijkheid. Niet tevreden achterover leunen, maar altijd streven naar verbetering. Via het politieke debat, of een willekeurige felle discussie; het karakteriseert hem. Daarom is media, naast de politiek, zijn tweede liefhebberij. Het biedt hem een podium om zijn gedachtegoed kwijt te kunnen. Dat deed hij tot voor kort bij BNR Nieuwsradio, Tros en WNL. Als wethouder moet hij zijn woorden tegenwoordig meer wegen. ‘Het provocatieve zit in mijn aard. Een ongenuanceerd debatprogramma op Radio 1: dat was mijn lust en leven. Ik kan zo’n discussie ook met mijn buurman voeren, maar mijn mening moet over de toonbank. Dat geluid laat ik graag horen. Als Leefbaar-fractievoorzitter kun je bijna alles zeggen. Als wethouder van alle Rotterdammers is dat nu lastiger. Als ik nu verbaal over de lijn stap, kan dat morgen tot een spoeddebat leiden.’

‘Ik sta als populist te boek. Dat vind ik geen scheldwoord. Ik ben nu wel een populist die aan de bestuurstafel zit. Dat ik dan soms mijn woorden moet wegen, kan ik aan mezelf en de kiezers verantwoorden. Want hetgeen we bereiken – via compromissen – is me meer waard. Daar durf ik over drie, vier jaar voor te staan. Dat is verdedigbaar naar de achterban van Leefbaar. De mensen hebben op ons gestemd, die moeten nu niet opeens denken: “O, die Eerdmans staat niet meer voor zijn idealen.” De grootste belediging zou ik vinden dat mensen niet meer weten namens welke partij ik wethouder ben. Als wethouders mogen wij nooit kleurloos worden. Daar moet je balans in vinden. Ik durf wel te zeggen dat het lukt.’

‘Ik blijf wie ik ben. Als ik in een ruimte zit met gelijkgestemden, probeer ik net die andere mening te hebben. Soms doe ik het om de discussie uit te lokken. Ik houd niet van saaie gesprekken. We moeten botsen. Dat geeft energie. In deze stad is het niet anders. We willen volle kracht vooruit. We durven. Daar horen tegengeluiden bij. Dat stimuleert de creativiteit: de sleutel om vooruit te komen.’


 

De loopbaan van Joost Eerdmans

Joost Eerdmans (44) was bij de verkiezingen in maart 2014 lijsttrekker namens Leefbaar Rotterdam. In mei van dat jaar werd hij geïnstalleerd als wethouder Veiligheid, Handhaving en Buitenruimte. Zijn wethouderschap ziet hij als een hoofdprijs. Niet in het minst omdat hij daarmee in de voetsporen treedt van partijoprichter Pim Fortuyn. Eerdmans is behalve wethouder ook locoburgemeester. Hij is getrouwd en heeft twee jonge kinderen.

Een overzicht van zijn loopbaan:
• Diverse functies bij directie Opsporingsbeleid, ministerie van Justitie (januari 1997 – juli 1999)
 Secretaris van burgemeester Opstelten van Rotterdam (juli 1999 – mei 2002)
 Lid Tweede Kamer der Staten Generaal (mei 2002 – november 2006)
• Manager public affairs Deloitte (september 2007 – maart 2009)
 Radio- en tv-presentator en commentator, onder andere van BNR Nieuwsradio Peptalk, TROS RegelRecht, Uitgesproken WNL en Avondspits voor WNL (april 2007 – januari 2014)
 Wethouder Capelle aan den IJssel, portefeuille Verkeer en Vervoer, Milieu, Toezicht en Handhaving, Stadscentrum, Dierenwelzijn, Nieuwbouw scholen, Monumentenbeleid en Reiniging (maart 2009 – april 2010)
 Wethouder Capelle aan den IJssel, portefeuille Wonen, Verkeer, Beheer en Dierenwelzijn (april 2010 – mei 2014)
 Wethouder Rotterdam, portefeuille Veiligheid, handhaving en buitenruimte (mei 2014 – heden)

Nevenfuncties:
 Bestuurslid van de Thorbeckevereniging
 Voorzitter Burgercomité tegen Onrecht

Tekst: Bas Pronk
Fotografie: Vincent van Dordrecht

Meer nieuws