23-05-22

KONINKLIJKE HORECA

TEGEN DE RICHTING IN MET…. ROBÈR WILLEMSEN EN JOYCE DE JONG

Robèr Willemsen gaf zijn toppositie bij Heineken op om eigenaar te worden van het historische café Melief Bender. Van de inkomsten die dat oplevert, zou hij prima kunnen leven. Toch is hij nu, ruim een decennium later, voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland en samen met zijn partner Joyce de Jong eigenaar van in totaal zeven horecabedrijven.
Een gesprek aan de hand van vijf thema’s.

In de serie Tegen De Richting In Met… praat onze Jan Dirk Stouten met ondernemende mensen die het graag anders doen dan de meeste anderen.

Thema 1: Samenwerken als partners
Joyce en Robèr kennen elkaar zo’n 25 jaar en zijn als stel zeven jaar samen. ‘Ik heb er geen enkele moeite mee om zakelijk samen te werken en samen een relatie te hebben’, zegt Joyce. ‘Af en toe ben ik best pittig en eis ik mijn plaats op. Iedereen kent Robèr, ook vanwege zijn rol als voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland, maar ik ben er ook nog. Dat laat ik dan wel merken. We hebben alles op een hoop gegooid en doen we het samen.’
Robèr: ‘We hebben wel goede afspraken gemaakt. Zij is namelijk een ander type ondernemer dan ik. Joyce is een heel goede gastvrouw en staat dicht bij de mensen met wie ze werkt. Ik ben meer van de grote lijnen en altijd onderweg naar nieuwe kansen. We doen nu allebei waar we goed in zijn. Zo is Joyce verantwoordelijk voor de uitstraling van alle zaken, het interieur en de aankleding, maar daar vind ik natuurlijk ook wat van. Dat zeg ik dan natuurlijk altijd op het verkeerde moment en op de verkeerde manier.’ 
Joyce lacht als Robèr kritisch naar zichzelf kijkt. ‘Natuurlijk zijn er weleens discussies’, beaamt ze. ‘Hij wil heel graag groeien en dan ben ik weleens de rem. Ik voel me er niet comfortabel bij als het heel snel gaat. Ik wil de mensen blijven kennen en weten wat er speelt in de bedrijven. De laatste maanden ben ik veel bezig geweest met onze twee nieuwe zaken Penny Pean en LOEVetDIE. Dan heb ik het gevoel dat ik dingen mis en andere zaken verwaarloos, zelfs als dat niet zo is…’

Thema 2: Groei
Het vertrek van Robèr bij Heineken werd mede ingegeven door zijn ambitie om te ondernemen en hij wilde niet langer deel uitmaken van een grote organisatie. Waarom bouwt hij nu dan zelf aan een steeds groter wordend bedrijf? 
‘Mijn doel is niet om de grootste te worden, maar om een bedrijf te bouwen waar jonge mensen zich kunnen ontwikkelen. Dat doen we samen en met heel veel goede mensen. We hebben ook mensen in dienst die samen met ons ondernemen. Ik ben ervan overtuigd dat als de zaak ook van hen is, ze de lat hoger leggen.’
‘Natuurlijk kom ik weleens ergens binnen en zie ik dingen die ik anders had gedaan. Soms bespreek ik dat dan, maar soms ook niet. Zij werken elke dag in de betreffende zaak en maken keuzes om alles goed te laten verlopen. Dan kan ik dat loslaten en me op het grotere geheel richten. Ik vind het leuker om aan zo’n bedrijf te bouwen dan gastheer in mijn eigen zaak te zijn. Daar ben ik ook helemaal niet goed in.’
Joyce: ‘Dat klopt wel, ja. Daar heeft Robèr ook het geduld niet voor… Als ik hier ben, maak ik graag een praatje met de mensen. Wil ik van de barman weten hoe het met zijn kinderen gaat. Daarom vullen we elkaar ook zo goed aan. Ik moet wel leren niet meer alles zelf te willen doen. Nu moeten bij vier zaken de bloembakken vervangen worden en mijn eerste gedachte is dan om naar het tuincentrum te rijden. Maar dan ben je snel een halve dag verder.’ 
Robèr vult haar lachend aan. ‘Dan moet je natuurlijk de telefoon pakken en iemand vragen dat voor je te regelen. Ik zeg weleens gekscherend dat dat het enige is wat ik goed kan: bellen.’ Om vervolgens op serieuzere toon door te gaan: ‘Ik ben ook een sociale ondernemer, wil mensen graag helpen en zet me in voor goede doelen. In mijn tijd als regiodirecteur bij Heineken was het resultaat heilig, maar in de loop der tijd ben ik rustiger en socialer geworden. Dat zal wel met de leeftijd te maken hebben. Het gaat steeds meer om ons gevoel van geluk. Elke dag realiseren we ons dat we het goed hebben, dat we mooie dingen doen.’

Thema 3: Koninklijke Horeca Nederland
Als voorzitter van KHN was hij vaak op tv te zien en dat leidde onder meer op social media tot heftige reacties, zelfs serieuze bedreigingen. ‘Desondanks sta ik achter zijn keuze om die rol te pakken’, zegt Joyce. ‘Ik denk dat het in coronatijd goed was dat zijn aandacht daarnaar uitging. Anders hadden we zeven dagen per week bij elkaar op de bank gezeten. In onze zaken was veel minder te doen. Nu we het weer drukker hebben, vind ik het wel lastig dat hij heel de dag gebeld wordt en er veel mee bezig is.’ 
Als Robèr aan die hectische tijd denkt, komt hij automatisch uit op de lange dagen die hij maakte. ‘Iedere dag was onvoorspelbaar’, zegt hij. ‘Het begon ’s morgens om zes uur met WNL dat belde of ik naar de studio wilde komen en om elf uur in de avond kwam het laatste verzoek binnen. Ik kon niets plannen en werd geleefd. Mijn gezin dus ook…’
‘In die periode nam ook het aantal bedreigingen toe. Ik ben op een gegeven moment gestopt op Twitter en andere social media te kijken. Ik heb veel bij Joyce weggehouden. Zelf kon ik het meeste van me af laten glijden, maar het geeft wel druk natuurlijk.’ 
Joyce springt opnieuw in de bres voor haar man. ‘Dat toetsenbordschelden hoort er tegenwoordig bij, maar ik wilde het weleens uitschreeuwen. Weten jullie dan niet dat hij dag en nacht aan het werk is en knokt voor onze branche? Dat onze kinderen erin werden betrokken, vond ik helemaal triest. Ik had gewild dat deze mensen een dagje met hem hadden meegelopen. Als hij bijvoorbeeld bij Jinek zat, keek ik op Twitter hoe er werd gereageerd en dat was ook regelmatig positief, maar op een gegeven moment ben ik ermee gestopt. Wat een treurigheid. Er was er eentje bij, die had een foto van Robèr bewerkt en zijn hoofd opgeblazen en groter gemaakt.’ Robèr reageert direct: ‘En als er iets niet nodig is, met dat hoofd van mij …’ 
Nadat hij uitgelachen is, zegt hij nog een jaar langer door te gaan als voorzitter van KHN. ‘Je mag dit maximaal twee keer drie jaar doen en dus zou ik per 1 juni moeten stoppen. De ledenraad heeft me gevraagd me nog een jaar met de afwikkeling van corona en de herstelplannen bezig te houden. Dat doe ik, maar ze beginnen in september wel al met de zoektocht naar een opvolger. Dat is belangrijk voor mij.’ 
Wil hij straks, als hij tijd over heeft, dan geen burgemeester worden? Voordat Robèr kan antwoorden, is Joyce hem voor. ‘Als hij dat doet, ga ik bij hem weg.’

Thema 4: De zakelijke toekomst
‘We hebben nog wel zaken op ons verlanglijstje staan’, zegt Joyce. ‘Er zijn plekken waar we graag zouden willen zitten. Ik word niet concreter want dat zou niet goed zijn.’ 
Robèr: ‘Ik zou heel graag nog eens een zaak willen opbouwen met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen met een beperking bijvoorbeeld. Die doelgroep emotioneert me. Er zitten veel kwaliteiten in deze mensen, die er nu vaak niet uitkomen. 
Als onze nieuwe zaken eenmaal lopen, wil ik hiermee aan de slag.’ 
Joyce: ‘Ik ben alleen bang dat ik ze dan allemaal mee naar huis wil nemen.’ 
Robèr: ‘We hebben een aantal mensen in ons bedrijf die als statushouder binnenkwamen. Ik heb moeten knokken om ze hier te mogen laten werken. De regels in ons land zijn helemaal ruk op dat vlak. Ze begonnen in de spoelkeuken, maar zijn nu zelfstandig werkende koks. Als ik zie hoe hard ze werken en hoe loyaal ze zijn, daar kunnen we veel van leren.’

Thema 5: De persoonlijke toekomst
Robèr wekt de indruk dag en nacht met zijn werk bezig te zijn. Dat klopt voor een groot gedeelte, maar het betekent niet dat hij op termijn geen afstand van zijn werk kan nemen. ‘Ik kan ontzettend goed genieten’, zegt hij. ‘Het is ook maar wat je onder stoppen verstaat. Als dat betekent dat ik niet meer betrokken ben, stop ik nooit. Maar als stoppen betekent dat ik afstand neem, rust vind en de helft van het jaar met Joyce in de zon zit, kan ik dat wel. Als onze kinderen de deur uit gaan, ga ik dat absoluut doen.’ 
Joyce: ‘Ik zit er hetzelfde in als hij. Ik denk dat het heel leuk wordt. Dat is het nu trouwens ook. We hebben vaak al lol als we wakker worden.’ 
Robèr: ‘Door corona hebben we, voor de eerste keer sinds we samen zijn, met het hele gezin kerst gevierd. Ik heb gevloekt dat we dicht moesten, maar dit was geweldig. Met alle kinderen en aanhang erbij. Geweldig. Dat we er straks niet altijd meer hoeven zijn, maakt me blij.’

Meer nieuws