23-05-22

Maurice Kruidenier: vakman met een verhaal!

‘DOOR DIK EN DUN’

In de tijd dat Maurice Kruidenier een prille puber was, wilde bijna elke jongen nog politieagent, piloot, dokter of profvoetballer worden. Maar Maurice had een andere roeping: hij wilde fiscalist worden. En zo is het ook gelopen.

‘Nou ja, zó precies wist ik het op m’n dertiende ook nog niet hoor’, zegt Kruidenier, partner bij Borrie, daar nu over. ‘Maar ik wist toen, op het vwo, wel dat er zoiets was als een studie fiscaal recht en dat je daarmee een goede boterham zou kunnen verdienen. Bovendien had ik een talenpakket, dus veel anders dan rechten zat er ook niet op, haha.’
‘Met een rechtenstudie was het in die tijd lastig om een baan te vinden, voor fiscalisten was dat, toen en nu, veel gunstiger.’ 

Nooit iets anders geprobeerd?
‘Jawel! Ik heb geprobeerd om F16-piloot te worden. Uiteindelijk kreeg ik daarvoor een uitnodiging van de luchtmacht om de test te doen. Dus ik met mijn vader naar Gilze-Rijen. Het eerste deel van de test ging over wiskundig inzicht. Moest ik berekeningen maken over de manoeuvres van een vliegtuig. Maar ja, dat talenpakket hè. Ik had wiskunde laten vallen. Dus we waren snel weer op de terugweg…’

Het vak past je nu als een oude jas…
‘Ik doe het echt héél graag. Daar moet ik wel bij zeggen dat mijn focus in de loop der jaren is verschoven. Ik ben natuurlijk op de eerste plaats een vakman op de inhoud, die moet je altijd bijhouden. Maar het leukste vind ik om de vertaalslag naar de klant te maken. Per slot van rekening gaat het er toch om dat je de klant helpt om, binnen de geldende regels, belasting te besparen.’

Vind je ons belastingsysteem rechtvaardig?
‘Pffff… Tsja… Ik zit via onze klanten natuurlijk ook in de belastingstelsels van andere landen. Ik zie vaak dat daar substantieel lagere belastingtarieven gelden. Dat heeft misschien ook nadelen, maar wij zijn wel een beetje doorgeslagen, vind ik. Aan de andere kant, we hebben die verzorgingsstaat, dat is een groot goed en daar hebben we gewoon heel veel belastinginkomsten voor nodig.’

Het werk van een fiscalist stopt nooit…
‘Zo heb ik er ook lang over gedacht. Maar in 2003 kreeg ik leukemie. Daardoor ben ik wel anders gaan denken over dat eindeloze rennen en vliegen.’

Hoe ging dat toen?
‘Ik voelde me niet lekker. Allerlei testen gedaan en toen belden ze vanuit de Daniël den Hoed dat ik me twee uur later moest melden, want ze moesten echt snel aan de behandeling beginnen. Ik was 35 jaar, had net een kind… Het was een compleet horrorscenario… Ik in het ziekenhuis, een baby van vijf maanden, mijn vrouw die elke dag in het ziekenhuis moest zijn… Toch hebben we het doorstaan, met heel veel hulp van mijn familie én van mijn medepartners. Ze hebben me alle gelegenheid gegeven om terug te komen. Het verhaal van sterk zijn en overleven, je best doen en vechten, daar geloof ik niet zo in. Het is naar mijn mening puur de medische wetenschap waardoor ik beter ben geworden.’

Het emotioneert je nog…
‘Nou, als je het er dan weer over hebt… Af en toe komt het nog naar boven, maar gelukkig niet al te vaak meer.’

Daarna de draad weer helemaal opgepakt…
‘Inderdaad, vanaf 2004. Ik was toen inmiddels partner, volle kracht naar voren, verder gegaan met het opzetten van de fiscale afdeling bij Borrie. Anno nu hebben we twee vestigingen, in Rotterdam en Amsterdam. We zijn in totaal met ongeveer 100 mensen, een gemêleerd gezelschap van accounts, fiscalisten, een afdeling corporate finance en een expat-afdeling. Maarten Borrie (zijn opa was de oprichter van Borrie in 1950) en ik leiden de fiscale afdeling in Rotterdam en hopen dat nog vele jaren samen te doen.’

Meer nieuws