28-03-17

‘Opvolging? Hoezo opvolging? Ik ben net begonnen…’

Eigenaar-directeur Walter Peteri vraagt het zich wel eens af. Of wij het allemaal wel weten. Dat zijn bedrijf Quooker een uniek Nederlands maakbedrijf is. Dat alle productie plaatsvindt in eigen land. Dat voor 2017 wordt gemikt op 100.000 verkochte Quookers in tien landen. Dat het bedrijf al 23 jaar lang groeit met meer dan tien procent per jaar. Dat er 200 medewerkers in dienst zijn en ook bij toeleveranciers nog honderden mensen werken.

‘En we hebben het van niemand afgepakt. We zijn met een uitvinding begonnen, met iets dat er niet was. Alles is van ons, er zit geen cent van de bank in. Alleen zijn we nu op een punt dat we dat succes moeten gaan uitstralen. Begrijp me goed, we gaan hier nooit gekke dingen doen, hoor. Maar wist jij dat we een 100 procent Nederlands bedrijf zijn met een 100 procent Nederlands product? Nee? Zie je wel!

Ik ben zelf in 1993 mee gaan doen met m’n vader en m’n broer Niels. Volgend jaar 25 jaar geleden. Ik dacht: ik doe het een paar jaar en dan moeten we maar zien hoe het loopt. Maar dat viel toch wel tegen; het duurde zeven jaar voordat we winst maakten! Als ik heel erg had nagedacht over waar ik nou echt mee bezig was, was ik waarschijnlijk alsnog wat anders gaan doen. Maar het was gewoon zo. Ook als het tegen zat. Het klinkt nu misschien raar, maar zelfs op de moeilijke momenten bleef de gedachte: we gaan het gewoon dóen! En we zagen altijd groei. Dus dan gingen we weer, naar de zoveelste huishoudbeurs.

Ja, volharden! Dat is wel het allerbelangrijkste geweest, denk ik. In het begin lagen we zelf ook in keukenkastjes hè. En ik heb 150 van die beurzen gedaan, om maar een voorbeeld te noemen.  Dertien dagen achter elkaar, van tien tot tien. Twaalf uur per dag. Ik hoor daar nu weleens over klagen, maar ik kan dat nog steeds opbrengen. En nu is het zaak om die mentaliteit op alle anderen over te brengen en dat zo lang mogelijk vol te houden.

Bovendien heeft de combinatie van Niels en mij goed gewerkt. We zijn compleet verschillend. Hij is veel ondernemender dan ik, maar ik heb er altijd op toegezien dat er geld werd verdiend. Hij is de techneut, ik veel minder. Ik probeer weleens even een tevreden pas op de plaats te maken, maar hij wil altijd verder. “We moeten nog dit, we moeten nog dat!” Dat soort dingen.

Maar het gaat echt heel goed samen. Nog precies hetzelfde als in het begin eigenlijk. Nou ja, toen hadden we meer ruzie dan nu. In de loop van de tijd weet je van tevoren al wel hoe de ander gaat reageren. Dus weet je ook dat er bepaalde discussies zijn waar je nooit uitkomt. Daar steken we nu geen energie meer in. En we zitten niet in elkaars vaarwater: hij zorgt dat de Quookers worden gemaakt, ik dat ze worden verkocht.

Verder is de focus cruciaal geweest: alleen de Quooker en niets anders! Ook geen andere dingen buiten het werk. Ik zie andere ondernemers met commissariaten of andere activiteiten. Dat hebben wij nooit gedaan. Dan stop je toch niet al je energie in je bedrijf?

Ik verkoop dus al bijna 25 jaar Quookers. Daar ben ik goed in en dat blijft de kern van wat ik doe. Maar het is wel veel meer geworden natuurlijk. Ook dingen die minder leuk zijn, dat klopt wel ja. Dat heeft te maken met groter worden, dat het toch steeds moeilijker wordt om die oude superspirit vast te houden. Ik zal maar eerlijk zijn: dat gaat bijna niet met 200 mensen.

Dat loop ik hier en dan denk ik: zit hij nou weer te vergaderen?! Waar vergader je dan over? Ik vergader nooit! Af en toe misschien even van: hoe is het en hoe moeten we dat aanpakken? Maar ik ben altijd heel snel klaar. Wat dat betreft zijn mijn broer en ik wel helemaal hetzelfde. Echt alleen maar de hoofdzaken en geen onzin. Dat is ook een deel van het succes: geen onzin doen!

Tot nu toe hebben we alleen maar groei gemaakt. In al die bijna 25 jaar maar één jaar minder dan 10 procent. Daar zaten ook jaren tussen van 60 procent groei. Vorig jaar nog meer dan 20. Dat is natuurlijk geweldig om mee te maken. Maar het is ook elke dag topsport.

We denken dit jaar te groeien van 85.000 naar 100.000 verkochte Quookers. Maar dat zijn ook wel 15.000 facturen erbij, 15.000 extra transportbewegingen, enzovoort.  Dat legt best wel druk op de mensen die het altijd maar moeten doen.

Wat ik persoonlijk wel zwaarder vindt, is na een lange werkdag zakelijk met mensen uit eten gaan. Zwaarder dan gewoon werken en wat later thuis zijn. Volgens mij heeft het ook niet zo veel nut. Ik heb wel voorbeelden dat het ergens toe heeft geleid, maar met wie moet ik nou uit eten om te zorgen dat het daarna wel lekker loopt? En ik heb er ook minder mee, zo’n etentje in Parkheuvel. Ik ga liever naar Excelsior.

Onze oudste broer Paul werkt hier ook. Die doet octrooien. En we hebben drie zussen. Die zijn ook voor een stukje eigenaar, maar bemoeien zich er verder niet mee.

We hebben één keer per jaar een aandeelhoudersvergadering. Dan laten Niels en ik wat cijfers zien en daarna gaan we lekker eten. Elk jaar een dividendje, iedereen happy. Ja, dat is ook bijzonder. Je beseft toch altijd dat deze hele onderneming is begonnen met die uitvinding van onze vader. Maar het is ook weer heel gewoon, met je broers en zussen om de eettafel.

Mijn moeder is op 14 november overleden… Ja… 92 jaar. Mijn vader heeft het grote succes, voor mijn gevoel, te beperkt meegemaakt, maar zij was er in volle glorie bij.

Ja, zij heeft een belangrijke rol gespeeld. Mijn vader kwam op een dag thuis en zei dat hij zijn top-baan bij wereldconcern Unilever ging opgeven om uitvinder te worden. Gewoon thuis, in de kelder. Toen was hij 52. Met zes kinderen, van wie er vier studeerden.

Ze was niet erg enthousiast over het idee. Later zei ze: “Maar het  kwam nou eenmaal in mijn leven, dus ik moest er maar mee om zien te gaan.” Kijk, het wordt nou gelijk wel heel persoonlijk, maar mijn ouders , dat was niet het klassieke beeld van toen. Mijn moeder heeft altijd haar eigen leven gehad. Les gegeven in klassieke talen. Sterker nog, op een gegeven moment verdiende ze substantieel mee om alles draaiende te houden. Een zelfstandige vrouw die echt niet alleen maar zat toe te kijken van: wat gaat m’n man nou weer doen?

Ik herinner me het ook niet als iets groots. Ik was zeven jaar, we waren aan het voetballen in de tuin. En m’n vader was eerst bij Unilever en later uitvinder in de kelder. Meer was het eigenlijk niet. We zijn ook nooit verhuisd of zo. Alleen leefden we heel zuinig, maar volgens mij was dat ook al zo in de tijd dat er wel veel geld was. De naoorlogse generatie hè. Wij gingen één keer per jaar uit eten. Dat was het.

Ik denk wel dat m’n vader het in het begin luchtig heeft gebracht. Zo van: dat gaan we wel even doen. Dat wordt niet zo vaak verteld, maar in eerste instantie was zijn idee om het concept te bedenken en het dan te verkopen. Hij is ermee naar de grootste boiler­fabrikant ter wereld gegaan. In 1970. “Kom maar eens terug als je er 1.000 hebt gemaakt”, zeiden ze. Daar was hij verbaasd over… Hij heeft er altijd heilig in geloofd.

Weet je wat het gekke is? Het is nog steeds heel moeilijk te verkopen. Hoezo? Nou, mensen zien er in eerste instantie het nut niet van in. Heb jij een Quooker thuis? Nee? Zie je wel! Als jij ‘m zo fantastisch zou vinden, had je me allang gebeld.

De positieve kant daarvan is dat ons product nog niet nagemaakt wordt. Dat heeft ook wel met een aantal octrooien te maken, maar volgens mij is belangrijker dat het nog steeds moeilijk te verkopen is. Klinkt dat raar? Ga jij het maar doen dan, ik wens je veel succes!

Ik ben al sinds 2008 bezig om in Duitsland door te breken. Dat lijkt me echt fantastisch. In het hart van Europa, het land van Siemens en Miele een echt substantiële partij te worden. Dat is voor ons heel belangrijk nu. Ja, wat denk je zelf? Daar zit ik natuurlijk zelf helemaal in. Net weer drie dagen op een beurs gestaan. Ik zou echt niet weten hoe ik mijn tijd beter zou kunnen besteden.

Er is ons al heel vaak verteld dat we het veel groter moeten aanpakken. Grote, dure campagnes. Dat zouden we natuurlijk best kunnen lijden. Maar vergeet het maar! Zo gaat het gewoon niet. Dit is een gevecht van keukentje naar keukentje, van straat tot straat, van keukenverkoper naar keukenverkoper.

In Nederland is een Quooker bijna standaard in een nieuwe keuken. Dat hebben we wél voor elkaar. Na 25 jaar. En in alle segmenten hè, niet alleen in de duurdere keukens. Dat is mooi, als je in een nieuwbouwwijk loopt en je ziet achter elk keukenraam een Quooker. Maar er zit wel heel veel bloed, zweet, tranen en geld in.
Daar staan we trouwens niet alleen in hoor. De magnetron heeft er ook vijftien jaar over gedaan. En vaatwassers wilde in het begin ook niemand hebben… Maar dat is wel het doel:  de vaatwasser en de magnetron worden.

Nee, er zijn geen grenzen. Ik heb wel heel lang gezegd dat ik pas naar een volgend land wilde als het laatste winstgevend was.  Maar dat is nu best lastig. Eigenlijk verdienen we alleen nog echt geld in Nederland, Engeland en Denemarken. In  Ierland, Schotland, Noorwegen, Zweden, Duitsland, België, Zwitserland en Verenigde Arabische Emiraten is het nog steeds duwen en trekken.
De volgende grote stap is naar het Verre Oosten. Toch een nieuw centrum in de wereld; er wordt veel gebouwd en er wordt veel thee en warm water gedronken.

We houden complete focus op dat ene product, maar wij leven van innovatie. Er zitten hier elke dag twintig productontwikkelaars. Mijn broer doet niets liever dan dat! En voor het bedrijf is het heel belangrijk; anders gaat het misschien toch een keer opdrogen…
We zijn begonnen met een Quooker-kraan naast de gewone kraan, die heb ik vijftien jaar alleen maar verkocht. Daarna gingen we mooiere kranen maken: de gewone kraan en de Quooker in hetzelfde design, maar nog wel steeds twee kranen.

Daarna blééf de vraag maar komen of het niet in één kraan kon. Om eerlijk te zijn, zagen we dat in het begin niet zitten. Maar we hebben die stap toch gezet.
Nu hebben we ook een kraan waar je een slang uit kan trekken. De Flex. Dat succes is niet normaal. We hebben ‘m ontwikkeld voor Duitsland en Zwitserland, maar het lijkt wel of iedereen in Nederland ‘m wil hebben. Sinds we hem vorig jaar lanceerden, zijn we in Nederland met 40 procent gegroeid!

Voorlopig zijn we dus nog wel bezig. De hele wereld kookt water en we zijn alleen in dit hele kleine landje écht succesvol. Er wordt me ook wel eens gevraagd naar onze opvolging. Dan denk ik: Opvolging? Hoezo opvolging? Ik ben net begonnen!’

INTERVIEW: JAN DIRK STOUTEN / FRANK VIJG
FOTOGRAFIE: VINCENT VAN DORDRECHT

Meer nieuws