12-10-21 09:00

Schikken als het kan, procederen als het moet

Expert aan het woordYvonne Sørensen (Sørensen Advocaten)

Toen ik vanmorgen over de Maasboulevard reed op weg naar de rechtbank, was ik echt blij met mijn werk. Je strijdt voor rechtvaardigheid en voert het woord namens je cliënt. Als je nog nooit in de rechtbank bent geweest, kun je hoge verwachtingen hebben. Zonder afbreuk te doen aan uitzonderingssituaties, zal ik beschrijven hoe een normale arbeidsrechtzitting verloopt. 

Als advocaat heb je een vlammende pleitnota voorbereid en een half uur voor de zitting met je cliënt afgesproken bij de zittingszaal. Je loopt met je zware koffer, toga en advocatenpas langs de beveiliging. Voor je cliënt doet de beveiliging niet onder voor die op Schiphol: horloge en riem af; nagelschaartjes, deodorant en flesjes water mogen niet mee. 

Bij de zittingszaal bespreek je met je cliënt de meest relevante punten van de zaak en de vragen die de rechter waarschijnlijk gaat stellen. Als je cliënt geen Nederlands spreekt, moet je ruim van tevoren een tolk regelen. Zittingen vinden in het Nederlands plaats.

Ondertussen komt de wederpartij aangelopen, vaak met advocaat. Een ongemakkelijk moment kan ontstaan als je als advocaat op de wederpartij afloopt om jezelf voor te stellen. 

Zodra er wordt geroepen dat de zaak begint, gaan partijen naar binnen. De verzoeker/eiser zit meestal links en de gedaagde/verweerder rechts. De advocaten zitten aan het middenpad en naast hen zitten de cliënten, zo ver mogelijk bij elkaar vandaan. De rechter heeft de regie over de zaak. 

Doorgaans krijgt de verzoeker/eiser als eerste het woord (maximaal 30 minuten). Als de wederpartij ondertussen irritant met de stoel gaat schuiven, met een pen gaat tikken, vraag je aan de rechter om dit hinderlijke gedrag te laten stoppen. Ook zuchten, steunen en rollende oogbewegingen horen er soms bij. Vervolgens mag de andere partij de pleitnota voordragen. Dit gebeurt zittend. 

Het zou heel fijn zijn als een zitting ontspannen en humoristisch was. Dit is niet het geval. Grapjes worden amper gemaakt. Rechters kunnen heel actief en betrokken zijn. Ze houden de regie dan strak in handen, geven beurten en stellen vragen. Rechters kunnen ook heel lijdelijk zijn, waarbij je je soms afvraagt of ze slapen. 

Nadat partijen hun zegje hebben gedaan en de rechter vragen heeft gesteld, worden partijen vrijwel altijd naar de gang gestuurd om te proberen een schikking te treffen. Om de schikkingsbereidheid te vergroten maken rechters doorgaans een paar kritische opmerkingen richting beide partijen. 

Lukt het niet om te schikken, dan gaan partijen naar binnen en kan de rechter op verzoek zijn voorlopige visie geven. De rechter wil dan weten hoe ver partijen zijn gekomen in hun schikkingsonderhandeling en op welk punt ze zijn blijven steken. Vervolgens probeert de rechter partijen alsnog te laten schikken.

80 à 90 procent van de zaken wordt op de gang, al dan niet met behulp van de rechter, geschikt. Voor de rechter is dit fijn, want die hoeft dan geen vonnis/beschikking te schrijven. Als de zaak niet wordt geschikt, krijg je binnen een maand uitspraak. In ongeveer eenderde van de zaken wordt hoger beroep ingesteld. Een hoger beroep kan lang duren en is kostbaar.  

Het oude gezegde wie pleit om een koe, geeft er één op toe gaat vaak op in hoger beroep. 

Het advies is dus: schikken als het kan, procederen als het moet.

Meer nieuws