24-06-22

Blog Yvonne Sørensen: weigeren een mondkapje te dragen, reden voor ontbinding?

Het voelt inmiddels als een tijd geleden dat het COVID-19 virus onze levens beheerste. Verplicht mondkapjes dragen en quarantaine, we leven gelukkig alweer even zonder deze maatregelen. Momenteel lijkt het virus toch weer op te komen.

Met het mogelijk oplaaien van het virus en de bijbehorende maatregelen, komen ook de discussies hierover op de werkvloer terug. Mag een werknemer van een zorgcentrum weigeren een mondkapje te dragen omdat dit klachten oplevert bij de werknemer? Hierover werd recent beslist door de kantonrechter van de Rechtbank Limburg.

Feiten
De werknemer is in dienst als Zorgassistent binnen een zorgcentrum voor kwetsbare dementerende ouderen. De werkgever hanteert de richtlijnen van het RIVM als ondergrens voor het bepalen van haar mondkapjesbeleid. Werknemers worden actief geïnformeerd over de geldende mondkapjesplicht binnen de zorgcentra van de werkgever.

In een gesprek met de werkgever geeft de werknemer aan last te ondervinden van het dragen van de mondkapjes. Niet alleen merkt hij de mondkapjes aan als ‘schijnveiligheid’, bovendien ondervindt hij er zowel fysiek als mentaal ongemak van. De werknemer stelt bloedneuzen te krijgen wanneer hij een mondkapje draagt. Nadat de werknemer stelselmatig blijft weigeren het medische mondkapje te dragen, ontvangt hij een ernstige officiële waarschuwing.

De werknemer meldt zich ziek en blijft volharden dat hij vanwege medische ongemakken geen medisch mondkapje kan dragen. Na een bezoek aan de bedrijfsarts stelt deze vast dat er geen redenen zijn om het dragen van een mondkapje door de werknemer te ontraden. De werkgever geeft de werknemer nog een laatste kans, óf het werk hervatten mét mondkapje óf een loonstop. Per brief geeft de werknemer aan dat hij zijn werkzaamheden niet zal hervatten, waarna de werkgever een loonstop heeft opgelegd.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter stelt allereerst vast dat de instructie om een medisch mondkapje te dragen aan te merken valt als een redelijk voorschrift. De werknemer wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat het voorschrift tot het dragen van een mondkapje vanwege de bloedneuzen in zijn geval onredelijk is. Voorgaande omdat niet is vast komen te staan dat het dragen van een mondkapje onmogelijk is voor de werknemer. Ondanks het eventuele ontstaan van de bloedneuzen maakt dit gevolg niet dat de werknemer zijn werkzaamheden niet mét mondkapje kan verrichten.

Het belang van de werkgever om de cliënten en de medewerkers te beschermen weegt volgens de kantonrechter zwaarder dan de gestelde ongemakken van de werknemer. Het voortdurende weigeren om een mondkapje te dragen door de werknemer wordt door de kantonrechter als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aangemerkt. Hierbij wordt door de kantonrechter meegewogen dat de werknemer deze weigering heeft volgehouden ondanks een ernstige waarschuwing, een loonstop en andersluidende adviezen van de bedrijfsarts en het UWV.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van ernstig verwijtbaar handelen zonder recht op een transitievergoeding voor de werknemer.

Voor de gehele uitspraak klik hier.

Vragen over het bovenstaande?

Neem dan contact op met één van de arbeidsrechtadvocaten van Sørensen Advocaten. Bel: 010-2492444.

Yvonne Sørensen (Sørensen Advocaten)

Meer nieuws