15-06-17

‘Het moet en gaat hier echt op z’n Rotterdams’

Hoog op de welkomstgevel van het kolossale pand van F. Breeman BMW, zichtbaar voor wie van Zuid naar Rhoon rijdt, staat buiten wat binnen wordt uitgezoomd. Koopmanschap en kwaliteit. Maar dan op z’n Rotterdams. En dat wijkt af van het landelijke. Rotterdams is jovialiteit zonder poppenkast. Niet te leren.

Vertaald naar de jongste vestiging van Breeman aan de Driemanssteenweg in het zuidelijke stadsdeel: u hoort de vox populi van zowel klant als verkoper te midden van een Hall of Fame met de nieuwste en duur ogende modellen van de Bayerische Motoren Werke.
Grote kans dat men onmiddellijk voor bijl gaat.

Drie jaar geleden zocht Frits Breeman een directeur voor zijn dealerbedrijf dat ooit kleinschalig door zijn grootvader begonnen was. Het werd een zoektocht naar een Rotterdammer, die aan het noodzakelijk stedelijke voorwaardenpatroon moest voldoen. En hij vond ‘m: Aart Jan Witvliet. Symbolisch bewijs voor de vondst: ten bate van dit gesprek kwam ik aan met een simpel schrijfblokje en ik ging bijna met een forse BMW Jeep terug. Toen het hem niet was gelukt, zei hij: ‘Volgende week is ook goed.’ Dat is dus op z’n Rotterdams.

De autogeschiedenis in Rotterdam kreeg na de oorlog een betaalbaar gezicht door Ome Piet Hoogenboom (met zijn Kever), jaren later via Ger van Welsenes (met zijn Opels) en toen er in de hard werkende havenstad eindelijk genoeg gespaard was, voerden John van Dijk (Mercedes) en de vader van Frits Breeman (BMW) de hoofdtoon met de betere merken. Alle vier stadsmannen.
Bij de familie Breeman was good old Willem ooit de grondlegger: een begenadigd motorrenner. In 1908 startte hij zijn motorhuis. Eerst in de Taborstraat. Later op het Oostplein en toen zijn zoon de regie kreeg en kleinzoon Frits later begreep wat er van hem werd verlangd, volgde de grote bloeiperiode in de eerste showroom aan de Admiraliteitsstraat. De legendarische kolenboer Henk Zon (voorzitter van Excelsior, en een van de initiatiefnemers van het betaalde voetbal in Nederland) was niet alleen BWM-rijder, maar ook Breeman-adept. Als er reclame moest worden gemaakt dan poseerde hij. 
Mooie tijden.

Maar laat nu uitgerekend Aart Jan Witvliet, na aanvankelijk jong startend koopman in de bouw (hout) en later in de parfum, als nieuwkomer in de autowereld bij Opel debuteren om zich later als algemeen directeur bij Hoogenboom (binnen het Pon-concern) te ontrollen. Met de Porsche als sluitstuk. ‘En ja’, zegt hij, ‘hoewel ik ver weg van Rotterdam voor Opel op de Veluwe zat, wist ik maar al te goed wie Ger van Welsenes was, een boegbeeld. Rechttoe rechtaan en lachen. En dat imago had Piet Hoogenboom ook.’

‘Dat waren mijn ouders ook. Mijn vader was verkoper bij Braat, dus dat koopmanschap zat er ook bij mij al vrij vroeg in’, vervolgt Aart Jan Witvliet, ‘Toen ik achttien jaar was, zat ik al in de telefonisch verkoop. En toch ben ik méér relatieman. Dat was bij mijn komst bij Breeman ook min of meer mijn opdracht. Het bedrijf staat al 110 jaar, met vaste klanten. ‘Onderhouden dus’, zei Frits, die overigens nog steeds voor nieuwe zorgt. En bij onderhouden hoort tegenwoordig zelfs golfen, want ik zeg altijd maar zo: als je klanten buiten treft, kun je ze ook binnenhalen. Handel is gunnen. Niks meer, niks minder. Maar met een fantastisch product lukt dat altijd, als je elkaar maar aardig vindt.’

Duizend nieuwe BMW’s worden er per jaar door Breeman verkocht. En ook nog eens 500 occasions. Een symfonie. ’En dat komt niet alleen door de modellen, maar vooral door de mensen. Je kan een auto verkopen, maar als je het bij een beurt in de werkplaats verziekt, zie je ze nooit meer terug. Dus we doen het echt met z’n allen. Jonge en oudere mensen door elkaar. Devies is: mensen moeten zich welkom voelen. 80 procent van de BMW-rijders kiest weer een BMW. Dat is een waanzinnig percentage. Onze klanten geven ons een 9.4!

Maar BMW is nu eenmaal rijcomfort, bedieningsgemak en een prettige emotie. Ik had nooit verwacht dat ik dat zou zeggen, want ik kijk nuchter tegen auto’s aan, maar zo voel ik het echt. We hebben momenteel 36 verschillende modellen en we hebben ook de eerste voorwielaangedreven BMW. En het is onvoorstelbaar welke aantallen daarvan verkocht worden. Je krijgt daardoor bovendien een heel nieuwe klantenkring. Met als klap op de vuurpijl de nieuwe 5 serie die in de showroom staat. Een geweldige auto! En het eind is nog niet in zicht, want BMW ontwikkelt met de volledig elektrische i3. Volgend jaar komen de nieuwe BMW X2 en de nieuwe BMW 8 serie. Kortom: volop kansen met een mooi merk en een fantastisch team aan mensen.’

TEKST: JAN D. SWART
FOTOGRAFIE: PERRY VAN DER HOEK

Meer nieuws